Tolkien, Indianen en het paradijs: Hoe we denken over milieu

Een gesprek met milieuhistoricus Wybren Verstegen

>> Beluister of bekijk de hele podcast met Wybren Verstegen op Spotify, Soundcloud of YouTube.

Onze zorgen over het klimaat en over vervuiling zijn diepgeworteld. Ze gaan terug op oude ideeën over tijden waarin de natuur ongerept was en over volkeren die in harmonie leefden met hun omgeving. Dat besef leidt tot prangende vragen: willen we de aarde redden, of willen we vooral dat de mens verandert? Waarom is er zo weinig aandacht voor technische oplossingen? Wat wíl de milieubeweging eigenlijk? 

Het zijn vragen die Wybren Verstegen al heel lang bezighouden. Wybren, nu met pensioen, doceerde milieugeschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij is auteur van Vervuiling van het milieudebat en co-auteur van Groene geschiedenis van Nederland

Onlangs ontving Marco Visscher hem bij Welkom in het Antropoceen, de podcast van WePlanet Nederland en Ecomodernisme.be. Hieronder volgt een verkort en geredigeerd transcript van een interview dat in zijn geheel is te beluisteren via Spotify, Soundcloud of YouTube (met beeld). De illustraties, geselecteerd door Wybren, zijn van Momus. 

In harmonie met de natuur

Marco Visscher: Jouw missie in dit leven, schreef je eens, is “het milieudebat weer met beide benen op Moeder Aarde te krijgen”. Wat bedoel je precies? En hoe helpt het vak milieugeschiedenis daarbij? 

Wybren Verstegen: Ik had geluk toen mij dertig jaar geleden werd gevraagd om dit vak te geven dat toen nieuw was. Ik mocht een heleboel lezen en er zelf wat van maken. Ik liep tegen een boek aan van Anna Bramwell: Ecology in the 20th Century. Ik dacht: dat zal wel een boek zijn over twintigste-eeuwse milieuproblemen, maar het bleek te gaan over de ideeëngeschiedenis achter de milieubeweging. Het ging over James Joyce, over Tolkien, over Tolstoj, over Spengler, over van alles en nog wat, maar vooral ideeën van allerlei mensen die helemaal in de Europese en Amerikaanse cultuurgeschiedenis zitten, maar die je niet direct koppelt aan natuur en milieu. 

Neem Tolkien. Aan het eind van zijn Lord of the Rings-boeken komen de Hobbits terug in de Gouw. De Hobbits zijn “de Goeden” en thuis in de Gouw treffen ze een slecht mens, die is daar bezig met industrie met vieze rook, dus die moet eruit. Bij Tolkien vinden we al hetzelfde anti-industriële sentiment dat ook bij de moderne milieubeweging zit. 

Bij Tolkien vind je ook sprekende bomen. In de milieubeweging kwam later een hele cultus rondom bomen, met prinses Irene bijvoorbeeld die met bomen ging praten. 

Is dat niet gewoon een symbool? De natuur leeft en Tolkien, schrijver van fantasyboeken, bedenkt dat ze een stem hebben.

Waar het om gaat, is dat zijn verhalen grote groepen mensen aanspreken. Mij ook. Ik heb Tolkien misschien wel tachtig keer gelezen, ik vind het geweldig. Waarom spreekt zoiets nou aan? De verhalen van Tolkien hebben een paar elementen die wijzen op een verlangen om terug te keren naar het land, terug naar het traditionele boerenbestaan. Anna Bramwell heeft dat overigens zelf geprobeerd en kwam met een kater terug: dat is veel te zwaar werk.

Werk op het land, bedoel je?

Ja, werken op het land is heel, heel zwaar. Toch zie je in het denken over milieu het idee dat het leven op het platteland goed is. Of je gaat verder terug, naar een nog oudere fase in de geschiedenis: de oertijd, de tijd van de jager-verzamelaar. In het milieudenken worden die vorige beschavingen gebruikt als een soort spiegel: kijk, tóen deden we dingen goed die we nú verkeerd doen, wij zijn vervreemd van de natuur.

‘Werken op het land is heel, heel zwaar. Toch zie je in het denken over milieu het idee dat het leven op het platteland goed is’

Dat spiegelen is niet zo gek. Zo’n tweehonderd jaar geleden kwam industrie op. Dat werd een radicale breuk in de menselijke geschiedenis. Dingen werden technologisch, kunstmatig, de mens nam controle. Dan is het niet zo gek dat je interesse krijgt in hoe het ooit was. 

Als je in de spiegel kijkt, moet je refereren aan een historische werkelijkheid. De opkomt van de industrie is inderdaad een breuk met het verleden, maar dat betekent niet dat het leven ervóór ideaal was en dat we het daarná hebben verknald. Bramwell beschrijft hoe die pre-industriële beschavingen eruit zagen en dat zit vaak heel anders dan we denken. Oervolkeren blijken een soort grabbelton. Over datgene wat je zélf goed vindt, ga je zeggen: kijk, dat hadden zíj ook! In werkelijkheid was dat lang niet altijd het geval. 

Geef eens een voorbeeld.

Neem het idee dat Indianen zouden leven in harmonie met de natuur. Nou, sommige Indianen wel, inderdaad, maar andere Indianen niet. Zeker in het noordwesten van de Verenigde Staten kwamen heus Indianenstammen voor die heel goed in staat waren om te leven in een soort balans met de natuur, maar ook heel veel stammen die dat níet deden. 

Het is bekend dat sommige Indianenstammen in Noord-Amerika hun leefgebied totaal hebben kaalgeslagen en ontbost. Ze moesten hun gebied verlaten, want alles was op. Deze Indianen hebben het milieu gemanipuleerd. Eén van de theorieën waarom er in de negentiende eeuw aanvankelijk zoveel bizons waren, is dat Indianen ervoor wilden zorgen dat er heel veel weidegrond ontstond, zodat ze vervolgens op de bizons konden jagen, die ze gebruikten voor van alles en nog wat.

‘Dat beeld van “de Indiaan” met een diep besef van ecologische verantwoordelijkheid is een beeld dat voor sommige mensen goed uitkomt’

In Vervuiling van het milieudebat beschrijf je hoe dat ging. Met fakkels jaagden ze die bizons op en lieten ze in het ravijn storten. Daar namen ze dan wat voor hen nuttig was: hun vacht om warm te blijven, het vlees om op te eten, en de rest, tja, ach, dat lieten ze gewoon liggen. 

Precies. Dus dat beeld van “de Indiaan” met een diep besef van ecologische verantwoordelijkheid is een beeld dat voor sommige mensen goed uitkomt. Maar in werkelijkheid was “de Indiaan” daar niet mee bezig. Zo is mythevorming ontstaan. Heel beroemd is de vermeende toespraak van Chief Seattle, een Indiaan die halverwege de negentiende eeuw gezegd zou hebben: kunnen wij de lucht bezitten, kunnen wij de aarde bezitten? Die woorden staan op posters en T-shirts die je kunt kopen bij Amerikaanse milieuorganisaties. De werkelijkheid is hilarisch. In de jaren zeventig heeft een scenarioschrijver in Hollywood die woorden in de mond van de Indiaan gelegd.

Er was wel degelijk een Chief Seattle die een toespraak gaf, maar die ging over iets heel anders, toch?

Ja, de Chief was een slavenhouder – wat natuurlijk ook niet de bedoeling was – en in een speech gericht aan de blanken vroeg hij of hij op zijn oude dag kon worden beschermd tegen concurrerende Indianenstammen die wraak wilden nemen en zijn grondgebied wel zagen zitten! 

Wat ik wil zeggen, is dat “dé Indiaan” niet meer is dan een projectie. En zo is het ook met de agrarische samenlevingen van vroeger, alsof het eenvoudige, kleinschalige boerenleven zo gezond was. Dat was het niet, niet voor de mensen en ook niet voor de dieren. Vóór de bio-industrie was het leven van dieren ook niet best, zoals we weten van de verschrikkelijke veepest in de achttiende eeuw. Het ideaal bestaat in het hoofd, niet in het verleden.  

‘De mens heeft altijd al de natuur gemanipuleerd er bestaat feitelijk geen oernatuur meer, zeker sinds de ontdekking van vuur’

Hoe verklaar je dat we het idee hebben dat we vroeger in harmonie met de natuur leefden? Waar komt dat vandaan? Waarom is het zo lastig om dat beeld in overeenstemming te brengen met de historische werkelijkheid? 

Het idee is heel oud. Ik ben geen psycholoog, maar ik weet wel dat we op allerlei vlakken het idee tegenkomen dat er ooit een tijd moet zijn geweest die goed was en waar we naar terug willen. We zien het bij het geloof over Adam en Eva die in het paradijs leefden. We zien het bij onze eigen persoonlijke ontwikkeling, waarbij we bewust van onszelf worden en de kindertijd verlaten. 

De ideeën zien we vandaag ook bij natuurbeheer. Er is een vaag besef van een soort referentiepunt in het verleden, waarop de natuur goed was, waarna we zijn afgedwaald en nu zoeken naar herstel van de natuur. Maar als ecologisch historicus kan ik laten zien dat de mens altijd al de natuur heeft gemanipuleerd en dat er feitelijk geen oernatuur meer bestaat, zeker niet sinds de ontdekking van het vuur. 

En toch willen we het: natuurherstel, repareren wat is misgegaan. 

Tolkien laat zien dat we ons tegen het kwaad verzetten, zodat de generaties ná ons weer opnieuw kunnen beginnen, met een schone lei. Het ideaal van een schone omgeving zit diep in ons. De lucht, het water, de wereld: alles moet weer schoon worden, zoals het ooit was, ongerept. 

Dat is natuurlijk slechts een idee, want historisch zeer onjuist. Kijk om je heen. De samenleving is ingebed in een lange geschiedenis, zeker in Nederland, dat bestáát dankzij mensenwerk.

Weg met de consumptiemaatschappij

Veel mensen zullen de geboorte van de moderne milieubeweging plaatsen in de jaren zestig of zeventig. Waarom was toen het moment dat die beweging ontstond en uitgroeide tot een heel krachtige speler in onze burgersamenleving?

Al eerder waren er zorgen over de natuur. Amerikaanse wetenschappers waarschuwden in de negentiende eeuw voor de erosie die ontstond door grootschalige bomenkap. Daarvóór ging het bijvoorbeeld al over de kaalslag op tropische eilanden, over de schade in de omgeving van zilvermijnen, of over de ontbossing waardoor er geen scheepsvloot meer kon worden gebouwd. 

In de twintigste eeuw zagen we een versnelling van die zorgen, die sterk was gekoppeld aan de opkomst van de consumptiemaatschappij. Een Zwitsers historicus noemde dat “het jaren vijftig-syndroom”. De schaal waarop het milieu werd vervuild, was toen zo enorm, dat stap voor stap een maatschappelijke beweging ontstond. De voornaamste drijfveer waren de zorgen over goedkope energie, want zonder goedkope energie heb je geen consumptiemaatschappij. 

Goedkope energie werd de boosdoener? 

Precies. En dan komt kernenergie om de hoek kijken. In de jaren zestig was de Sierra Club, Amerika’s grootste en oudste natuurorganisatie, voorstander van kernenergie. Waarom? Als je kerncentrales hebt, hoef je geen waterkrachtentrales te bouwen. En de stuwmeren die je nodig hebt voor waterkracht zijn ecologisch en biologisch gezien de dood in de pot. Als milieubeschermer wil je geen grote waterkrachtcentrales. “Atoms Not Dams”, zei de Sierra Club. 

Maar de steun voor kernenergie sloeg om rond 1970. De milieubeweging wilde geen kerncentrales, want met zoveel goedkope kernenergie zou de consumptiemaatschappij alleen maar verder groeien en zou de natuur nog meer worden vernietigd. Dat is een interessante draai. Want dan gaat het bij de milieubeweging dus om iets anders.

‘Als kerncentrales onbeperkt goedkope energie leveren, hoeven wij niet te veranderen. Dan hoeven we niet in harmonie te leven met de natuur’

Wat bedoel je precies?

Als kerncentrales onbeperkt goedkope energie leveren, hoeven wij niet te veranderen. Dan hoeven we niet zuinig te zijn. Dan hoeven we niet in harmonie te leven met de natuur. Waarom zouden we ons dan nog gaan inspannen voor een duurzame samenleving? Dáárom mag kernenergie niet. 

Kernenergie mag niet omdat het een oplossing is? 

Frans Timmermans liet dat blijken in het verkiezingsdebat met Omtzigt. Waarom geen kernenergie? Ik zat op het puntje van mijn stoel. “Dan gaat iedereen achteroverleunen”, zei Timmermans. Hij bedoelde: met kerncentrales wordt het wel héél makkelijk om klimaatverandering tegen te gaan. 

In 1972 schreef de Club van Rome in het rapport Grenzen aan de groei over de uitstoot van broeikasgassen. Er staat een keurig grafiekje in over de toename van die uitstoot, waarbij staat: “We moeten hopen dat we op tijd voldoende kerncentrales hebben om ecologische schade te voorkomen.” Nou, die fraaie zin is volkomen geneerd door iedereen die het daarna nog over de Club van Rome had, want kernenergie? Dat is natuurlijk niet de bedoeling! De diepere achtergrond is dat kernenergie zo onbeperkt is. Waarom zouden we nog de consumptiemaatschappij moeten afbreken als we met kerncentrales het klimaat niet veranderen?

‘De milieubeweging kijkt met een ethische blik naar milieuproblemen, de consument zet in op de technische kaart’

Misschien hebben sommige mensen in de milieubeweging uiteindelijk minder op met het milieu, maar vinden zij vooral dat de mens moet veranderen. Wij mensen hebben een zieke maatschappij ontworpen met al die consumptie en al die techniek. Zo is het leven niet bedoeld, vinden zij. 

Er wordt een toekomstbeeld geschetst waarbij alles wat zíj erg vinden steeds erger wordt, zodat wíj ophouden met onze consumptie. Overigens, ergens ben ik daar wel voor. Een beetje rustiger zou wel eens mogen. Maar: wat heb je dan te bieden? 

Het antwoord is: als wij de consumptiemaatschappij achter ons kunnen laten, maken wij een samenleving die stabiel is, rustig, minder gejaagd, minder vergiftigd. Ze hebben het over een ecotopia, een utopische eco-samenleving. Kleinschalig, dus niet dat grote van steden en fabrieken, maar alles op bescheiden schaal met kleine, zelfvoorzienende boerenbedrijven. 

En de energie? Een zonnepaneel, een windmolen: dat is natuurlijk en je kunt je nog wel voorstellen hoe dat werkt, dus: wind is goed, zon is goed. Maar een kerncentrale is zo’n groot ding, zo industrieel, dat past niet in het plaatje. Small is beautiful. Het klinkt aantrekkelijk, verleidelijk, sympathiek. Maar als we denken op de schaal van de wereld is het niet heel realistisch. 

Dus is er binnen de milieubeweging weinig aandacht voor technieken die een specifiek probleem oplossen, want er is vooral interesse in een zekere maatschappijkritiek, in ideeën over hoe de mens moet leven. 

De milieubeweging kijkt met een ethische blik naar milieuproblemen, de consument zet in op de technische kaart. Dus als auto’s vieze uitlaatgassen hebben, dan wil de milieubeweging dat we allemaal de auto aan de kant doen, maar de consument wil gewoon een auto zonder vieze uitlaatgassen. Dan is het probleem verholpen. 

Nee, dan slibben de steden dicht, zegt de milieubeweging. Want als we allemaal elektrisch rijden, staan we nog steeds in de file, dus we moeten de auto wegdoen. Oh, denkt de consument, dan moeten er in de binnenstad autovrije zones komen met een parkeerplek aan de rand van de stad. 

De consument wil oplossingen voor individuele problemen, die wil niet het consumptiepatroon veranderen.

Groen kolonialisme

Bij de boekpresentatie van Ecomodernisme in 2017 zei jij op het podium dat wij ecomodernisten er te gemakkelijk vanuit gaan dat economische groei in arme en opkomende landen zal leiden tot een grotere maatschappelijke druk op de politiek om via slim beleid en schone innovaties beter te zorgen voor het milieu, zoals is gebeurd in de westerse wereld. Jij zei dat wij in het westen hebben geléérd om zorgzaam te zijn voor de natuur, en dat het onbewezen is dat andere culturen dat ook zullen doen. Ik heb daar nog vaak aan gedacht. Wil je dat punt hier nog eens maken? 

In een ander boek van haar, The Fading of the Greens, stelde Anna Bramwell: “If the West doesn’t go green, nobody else will.” Het denken over schone natuur is heel westers. Wij zoeken en grasduinen of we bij het ook vinden bij het boeddhisme, bij de Japanners, in Afrika of bij de Indianen, maar nee, het idee is heel westers. De overtuiging bij de ecomodernisten dat anderen de natuur óók willen gaan beschermen, is geen gegeven. Dat moeten we nog maar zien. 

Dit geldt overigens voor meer dingen. “If the West doesn’t go democratic, nobody else will.” We kunnen heel erg afgeven op wat het Westen gedaan heeft en ik heb lang genoeg geschiedenis gedoceerd om te weten wat er allemaal verkeerd ging. Maar er zijn ook westerse ideeën die we volgens mij wel degelijk moeten uitdragen, want dat gaat op andere plekken niet vanzelf. Het is niet zo dat iedere andere cultuur de natuur mooi vindt en wil beschermen. We moeten dat idee verspreiden.

‘Het is niet zo dat iedere andere cultuur de natuur mooi vindt en wil beschermen. We moeten dat idee verspreiden’

Is dat niet een nieuw soort kolonialisme? Een kolonialisme van groene ideeën?

Ik heb daar niet meteen een fantastisch antwoord op. Ik weet wel dat het Wereld Natuur Fonds heeft moeten leren om de lokale bevolking erbij te betrekken als het ergens een safaripark wil behouden om de teloorgang van de olifant te stoppen. Je moet de mensen niet dat gebied uit sturen. Je moet ze opnemen in het alternatief. 

Als jij als westerling wil dat die olifanten daar blijven bestaan, moet je ervoor zorgen dat je de bevolking erbij betrekt en er baat bij heeft, want ze gaan niet zelf zeggen: “Goh, wat mooi zeg, olifanten.” Dat kan je kolonialisme noemen, prima. Los het maar op met je geweten. Maar wil je nu dat olifanten blijven bestaan, of laat je het op z’n beloop? 

Westerse overheden en westerse milieugroepen proberen te voorkomen dat Afrikaanse boeren gebruikmaken van moderne landbouwmethoden, zoals genetische modificatie. De Wereldbank en andere Westerse instituten financieren niet langer de bouw van kolen- en gascentrales of kerncentrales. 

Ik denk dat dat ook wel gebeurt, ja. Ik denk dat je heel erg moet opletten wat je doet. Het kan ook veel te snel gaan. Er is een berucht voorbeeld van Sri Lanka waar de regering in één klap van kunstmest af wilde. Dat werd een ramp. Honger, chaos! Zoiets kan je niet in één keer doen en dan hopen dat het daar net zo gaat als  hier. 

Het Westen bepaalt welke technologie wel en niet geschikt is voor mensen verder weg. Dat gaat niet in overleg. Dat is groen kolonialisme genoemd. 

Als je dat groen kolonialisme wil noemen, heb je gewoon een punt. Maar te vaak wordt er dan een fout gemaakt. Er wordt dan gedacht: het Westen heeft het gedaan, het Westen is de kwaaie Pier. Ofwel, de anderen zijn dat niet. Dat is een herhaling van het idee dat het Westen de natuur heeft vernaggeld, en de anderen niet. Dat is flauwekul. 

>> Beluister of bekijk de hele podcast met Wybren Verstegen op Spotify, Soundcloud of YouTube

Overzicht tourdata Nuclear Now

TOURDATA NUCLEAR NOW

WePlanet Nederland en Amstelfilm filmdistributie presenteren met trots de vertoning van “Nuclear Now” van regisseur Oliver Stone.

Met ongekende toegang tot de nucleaire industrie in Frankrijk, Rusland en de Verenigde Staten, onderzoekt de iconische regisseur Oliver Stone de mogelijkheid voor de wereldgemeenschap om uitdagingen zoals klimaatverandering te overwinnen en een betere toekomst te verwezenlijken door de kracht van kernenergie – een optie die sneller dan we denken een cruciale oplossing kan worden om ons voortbestaan te garanderen.

Terwijl fossiele brandstoffen de planeet blijven gaarkoken, wordt de wereld eindelijk gedwongen om de invloed en tactieken van grote oliemaatschappijen onder ogen te zien die al generaties lang een kleine groep bedrijven en individuen hebben verrijkt. Onder onze voeten bevatten uraniumatomen in de aardkorst een ongelooflijke hoeveelheid geconcentreerde energie – de wetenschap ontdekte deze energie halverwege de 20e eeuw, eerst voor bommen en daarna om onderzeeërs van energie te voorzien. Waarna de Verenigde Staten de inspanningen leidden om elektriciteit op te wekken uit deze nieuwe bron. Maar halverwege van de 20e eeuw, toen samenlevingen de overstap maakten naar kernenergie en afstapten van fossiele brandstoffen, begon een langdurige PR-campagne om het publiek bang te maken, deels gefinancierd door steenkool- en aardoliemaatschappijen. Deze campagne zou angst zaaien over onschadelijke lage stralingsdosissen en verwarring scheppen over kernwapens en kernenergie.

 

Nuclear Now bekijk je op de volgende data bij deze theaters:

Klik op de datum of de naam van een theater om kaartjes te kopen.
 

Scroll naar rechts in het overzicht voor meer informatie.

DATUM THEATER MODERATOR PANELLEDEN FUNCTIE/ROL
zo 17-03-2024 Tuschinski, Amsterdam Roderick Veelo Oliver Stone Filmmaker
Marco Visscher Auteur
Ad Louter CEO Urenco
ma 18-03-2024 Filmhuis Den Haag, Den Haag Ferry Mingele Sivio Erkens Tweede Kamer-lid
Marco Visscher Auteur
Lars Roobol Stralingsedeskundige
di 19-03-2024 Europees Parlement, Brussel Rob Roos, MEP Joel Scott-Halkes WePlanet
Mark Lynas Auteur en journalist
wo 20-03-2024 LantarenVenster, Rotterdam Olguita Oudendijk Marco Visscher Auteur
Robert Simons Wethouder Rotterdam
Mathijs Beckers Kernenergiespecialist
vr 22-03-2024 De Balie, Amsterdam Olguita Oudendijk Hidde Boersma Wetenschapsjournalist
Lars Roobol Stralingsdeskundige
Mathijs Beckers Kernenergiespecialist
za 23-03-2024 Cinecitta, Tilburg Olguita Oudendijk Patrick Bauduin Voorzitter Atoomcooperatie
Ralf Bodelier Filosoof/publicist
Mathijs Beckers Kernenergiespecialist
zo 24-03-2024 Theater Gerrit, Uithoorn Olguita Oudendijk Pieter van Diepen  Wethouder Den Helder
 Jan Rhebergen  Kernenergiespecialist
 Lucas Pool  Thorizon
ma 25-03-2024 Concordia, Enschede Olguita Oudendijk Ad Louter CEO Urenco
Gijs Zwartsenberg Energiefilosoof
Andre Bijkerk KERMIT, e-Lise, ondernemer
di 26-03-2024 Filmhuis Zicht, Sittard Olguita Oudendijk Wim Fleuren Bestuurslid Atoomcooperatie
Mathijs Beckers Kernenergiespecialist
Ruut Schalij Adviseur provincie Limburg
wo 27-03-2024 CineCity, Vlissingen Olguita Oudendijk Ewoud Verhoef Adjunct COVRA (opslag kernafval)
Jo-Annes De Bat Gedeputeerde prov Zeeland
Jan Doense Directeur By the Seafestival
do 28-03-2024 Slieker, Leeuwarden Olguita Oudendijk Simon Friedrich Professor wetenschapsfilosofie
Mathijs Beckers Kernenergiespecialist
vr 29-03-2024 Slachtstraat Theater, Utrecht Paul Stamsnijder Olguita Oudendijk Directeur WePlanet
Mirjam Vossen Framingdeskunsige
Mathijs Beckers Kernenergiespecialist
vr 30-03-2024 Lab1, Eindhoven Olguita Oudendijk Yonis le Grand Kernenergie-ingenieur
Marco Visscher Auteur
Mathijs Beckers Kernenergiespecialist

NIEUWJAARSBORREL | WEPLANET MEETUP #8 | 22 FEBRUARI 2024 | 19:00U | MCU | UTRECHT

Het afgelopen jaar was wederom een groot succes. WePlanet lanceerde het “What a Waste”-rapport, dat in diverse media genoemd werd, voegde zich bij een rechtszaak tussen Greenpeace en de Europese Commissie over het groene label van kernenergie en trok wereldwijd publiek met de film “Paved Paradise” van onze eigen Hidde Boersma.

Dit jaar pakken we door! We werken op dit moment hard aan een campagne om EU-politici aan te moedigen om nieuwe gentechnieken te ondersteunen. Onze open brief hierover werd al ondertekend door 35 Nobelprijswinnaars en meer dan 1000 wetenschappers. Daarnaast organiseert WePlanet op zondag 17 maart 2024 de première van Nuclear Now in Koninklijk Theater Tuschinski, waar regisseur Oliver Stone bij aanwezig zal zijn.

Het jaar moet echter nog ingeluid worden met een ecomodernistische nieuwjaarsborrel. We nodigen je van harte uit om op 22 februari 2024 aan te sluiten bij het Milieucentrum Utrecht aan de Oude Gracht 60 in Utrecht. Hier zal je worden getrakteerd op een korte film over kernafval, verzorgd door Gijs Zwartsenberg van Stichting E-lise, een lezing over de noodzaak van de heroprichting van het Landbouwkundig Genootschap, verzorgd door Joost van Kasteren en Irene van der Marel, en uiteraard, ter afsluiting, een hap en een tap.

De film, “How I Learned to Stop Worrying and Love Nuclear Waste” genaamd, behandelt diverse vragen rondom kernafval. Hoe gevaarlijk is het? Wat doen we ermee en wat zouden we ermee moeten doen? In deze filmische trip kom je mogelijk meer te weten over dit mysterieuze bijproduct dan je tot nu toe in je leven hebt gedaan.

De focus van de lezing van Joost en Irene zal liggen op het hedendaagse debat over landbouw in Nederland. De tegenstellingen tussen conventionele en natuurlijke landbouw komen aan bod, waarbij er kritisch gekeken wordt naar de beperkingen van natuurlijke landbouwmethoden in het voeden van de groeiende wereldbevolking en het aanpakken van klimaatuitdagingen. De sprekers stellen dat moderne technologieën en ecologische inzichten gecombineerd moeten worden voor een duurzame ontwikkeling van de landbouw, en benadrukken de rol die een heropgericht Landbouwkundig Genootschap hierin kan spelen.

Er is beperkt plek en entree is gratis, dus meld je snel aan.

WePlanet Nieuwjaarsborrel | 22 februari 2024
Inloop 19:00 | Aanvang 19:30 | Borrel 21:30
MCU | Oude Gracht 60 | 3511AS | Utrecht

Oliver Stone’s NUCLEAR NOW | 17 maart 2024 | Pathé Tuschinski

WePlanet Nederland en Amstelfilm filmdistributie presenteren met trots de Nederlandse première van “Nuclear Now” in koninklijk theater Tuschinski in Amsterdam. Regisseur Oliver Stone zal hierbij aanwezig zijn.

Bij deze bent ook u uitgenodigd voor deze feestelijke vertoning. Wij willen u (en uw date!) in uw prachtigste kledij verwelkomen om samen een toast uit te brengen op de toekomst van kernenergie.

Na afloop gaan Oliver Stone, Ad Louter (CEO Urenco) en Marco Visscher (auteur “Waarom we niet bang hoeven te zijn voor kernenergie”), onder leiding van journalist Roderick Veelo, in gesprek over de film en de rol van kernenergie in Nederland.

“Deze film kan voor kernenergie doen wat An inconvenient Truth deed voor het klimaat.” – Variety

Wacht niet langer en reserveer jouw plek voor dit unieke evenement. Tot ziens op de rode loper!

Première NUCLEAR NOW met Oliver Stone
17 maart 2024 | 18:00u inloop | 19:00u aanvang
Koninklijk theater Tuschinski
Reguliersbreestraat 26-34 |  1017CN | Amsterdam

Kunt u niet aanwezig zijn bij de première op 17 maart 2024? Geen zorgen, de film zal ook op verschillende andere momenten in zeker 10 bioscopen door heel Nederland worden vertoond. Voor een volledig overzicht van de tourdata, klik hier.

Politieke partijen langs de meetlat van groen en groei

We wagen ons aan een ecomodernistische blik op de verkiezingen. Met dank aan ChatGPT. 

Door Hidde Boersma, Joris van Dorp, Joost van Kasteren, Olguita Oudendijk, Roman van Ree, Marco Visscher en Gijs Zwartsenberg 

 

Wat doe je straks in het stemhokje als je ruimte wil scheppen voor meer natuur en biodiversiteit? Als je een voedselrevolutie wilt met minder vlees en meer eiwitten uit micro-organismen? Als je klimaatverandering wil tegengaan met een schone, betaalbare energievoorziening? Als je streeft naar meer waardering van technologie en innovatie? Als je een overheid wil die de omvang van problemen erkent en werkt aan pragmatische oplossingen? 

Ofwel: wat doe je als ecomodernist bij de Tweede-Kamerverkiezingen op 22 november? WePlanet Nederland zocht het uit. 

Liever gezegd: we lieten het uitzoeken door ChatGPT, de befaamde chatbot die werkt met kunstmatige intelligentie. Wij vroegen aan ChatGPT om de programma’s van politieke partijen te toetsen op het Ecomodernistisch Manifest uit 2015. Een essentiële waarde uit het ecomodernisme is het streven naar ‘ontkoppeling’, waarbij de menselijke impact op het milieu afneemt, terwijl er nog altijd sprake is van economische groei. 

>> Luister de podcast: Politieke partijen langs de meetlat van groen en groei

Via ChatGPT zochten we in de partijprogramma’s naar de mate waarin problemen als milieuvervuiling en verlies van biodiversiteit werden erkend. Vooral keken we naar de mate waarin een combinatie van technologie en beleid wordt gezien als een bewezen manier om landgebruik te minderen en ruimte voor natuur te scheppen. Verder keken we of er erkenning is van de rol die de overheid moet spelen om te komen tot een effectieve aanpak van milieuproblemen, zoals via regulering van vervuiling en stimulering van schone innovatie. 

Concreet nu. Bij klimaatbeleid keken we specifiek naar de mate waarin kernenergie wordt ondersteund als deel van een CO2-vrije energiemix. Bij landbouwbeleid keken we naar de mate van steun voor nieuwe genetische technieken zoals CRISPR-Cas, waarmee gewassen minder pesticiden nodig hebben en beter worden beschermd tegen extreem weer. 

En, wat bleek? Ga er maar even voor zitten. 

 

Landbouw en natuur 

Landbouw moet helemaal anders. In partijprogramma’s duiken de nodige termen op die duidelijk moeten maken waar het dan heen moet. GroenLinks-PvdA wil weg van schaalvergroting en kiest voor “een duurzaam en natuurinclusief model”. D66 heeft het over “de omslag naar kringlooplandbouw”. De SP rept van “de overstap van intensieve landbouw naar biologische landbouw”. BIJ1 wil een “forse herziening” van het Europese landbouwbeleid, waarbij “alleen nog subsidies worden verstrekt aan circulaire landbouw”. Volgens Volt staan we “voor een snelle ombuiging van intensieve naar circulaire en natuurinclusieve landbouw”. Elders staat er: “De toekomst is biologisch.” 

De Partij voor de Dieren breidt de terminologie stevig uit: “Diverse, natuurinclusieve en regeneratieve land- en tuinbouw worden de norm, zoals biologisch, permacultuur, agrobosbouw (de combinatie van landbouw en bosbouw op hetzelfde perceel) en agro-ecologische systemen”.  

Ook de VVD gaat deels mee in de trend door boeren te helpen die “omschakelen naar bijvoorbeeld de teelt van bio-based bouwmaterialen”. Dan wordt landbouwgrond dus gebruikt voor gewassen die in de bouw worden toegepast.

Al deze vormen van grondgebruik willen economisch nuttige functies, zoals de voedselproductie of de bouw, vermengen met natuur. Deze wens tot ‘land sharing’ leidt tot extensief grondgebruik. Volgens ecomodernisten wordt zo de mogelijkheden beperkt om natuur te creëren. Wij hameren erop: de biodiversiteit wordt veel groter en interessanter in nieuwe, omvangrijke natuurgebieden dan op welke biologische akker dan ook. 

Daarom pleiten de ecomodernisten van WePlanet Nederland voor ‘land sparing’, waarbij op de meest vruchtbare gronden voedselproductie wordt geconcentreerd, zodat ruimte ontstaat voor de natuur. Deze visie is nog ver te zoeken in de programma’s. 

>> Luister de podcast: “Het echte milieuprobleem is landgebruik” 

Bemoedigend is wel de expliciete steun van het CDA voor de Nederlandse tuinbouwsector, waarvan de opbrengsten per hectare uitzonderlijk hoog zijn. Het CDA erkent dat “de kennis en innovatie, onder meer op het gebied van de zaadveredeling” in deze sector van “wereldbelang” is. 

En hoewel het CDA waarde hecht aan de “gouden driehoek” (overheid, kennisinstellingen en bedrijven) die de Nederlandse land- en tuinbouw zo productief heeft gemaakt, zien we dat de partij blijft hangen in het populaire idee dat boeren en tuinders “een sleutelrol” zouden vervullen, als “verbinding tussen een gezonde natuur, een gezonde bodem, schoon water en gezond voedsel”. Dus: toch land sharing

De BBB dan? Inderdaad treffen we hier invloeden van het ecomodernisme, bijvoorbeeld via stimulering van “zowel initiatieven voor kleinschalige landbouw als die voor grootschalige en hoogproductieve landbouw. Beide dragen op een andere wijze bij aan verduurzaming.” De overbrugging van de patstelling tussen de tovenaars en de profeten in het landbouwdebat is al langer een strijd die we met WePlanet Nederland voeren. 

BBB neemt geen afstand van de intensieve landbouw. Maar wat wordt precies bedoeld als er staat: “Ruimte die ontstaat door vrijwillige bedrijfsbeëindiging wordt ingezet om voor andere agrarische ondernemers continuïteit te bieden”? Waar ecomodernisten ervoor pleiten dat het vrijgekomen land gaat naar de bever en de bosuil, lijkt de BBB hier te kiezen voor de buurman. Echter, deze ‘ruimte’ kan ook figuurlijk worden geïnterpreteerd, waarbij het niet direct gaat om het overdragen van land, maar om het creëren van operationele en beleidsmatige ruimte, waardoor andere boeren minder druk ervaren en hun bedrijvigheid kunnen voortzetten zonder de dreiging van gedwongen stopzetting. De tekst zoals die nu voorligt, laat ruimte voor beide interpretaties.

Voor WePlanet Nederland is intensivering van de landbouw in elk geval geen doel op zich; het is een middel om ruimte te maken voor natuur. 

 

Modernisering in de landbouw 

Het liefst zien we ook bij de intensieve landbouw een zo laag mogelijke druk op het milieu: minder gebruik van pesticiden, minder watergebruik, et cetera. Het zijn doelstellingen die onder meer weerklank vinden bij NSC: “We steunen de sector bij innovaties om met minder water, energie, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen een goede productie te halen.” 

Om die doelen te halen, zijn moderne technieken nuttig. Het gebruik van pesticiden kan omlaag dankzij nieuwe genetische technieken zoals CRISPR-Cas. Het watergebruik kan omlaag met verdere ontwikkeling van “precisielandbouw”. 

>> Luister de podcast: Hoe Europa worstelt met moderne landbouw 

Deze modernisering van de landbouw wordt hier en daar expliciet omarmd. De BBB wil dat nieuwe veredelingstechnieken in Europa “nu snel” worden toegelaten, “zodat we de voorsprong die wij wereldwijd hebben op het gebied van veredelen van gewassen niet nog verder verliezen”. Over de toenemende efficiëntie in de landbouw stelt VVD ferm: “We blijven vooroplopen in Europa om nieuwe, duurzame vormen van voedselproductie te stimuleren.” JA21 erkent dat “Nederlandse boeren zijn gebaat bij een politiek die stimulerend en ondersteunend werkt richting een meer duurzame en robuuste vorm van land- en tuinbouw.” 

Deze aanpak van verdere verduurzaming van de landbouw stuit op verzet van de Partij voor de Dieren. Het partijprogramma meldt ten onrechte dat gentech “alleen” ten goede zou zijn gekomen van “geïndustrialiseerde en vervuilende vormen van landbouw”, en een “bedreiging” vormt voor de biologische teelt vanwege het risico op vermenging. 

GroenLinks-PvdA wil vasthouden aan de strenge Europese regelgeving op dit gebied en pleit in het geval van technieken als CRISPR-Cas voor een “toets op maatschappelijke waarde”. 

 

Dierenwelzijn 

De grootste winst in het landgebruik is het terugdringen van de veehouderij. Dit voorkomt ook een hoop dierenleed. Daarom lanceerde WePlanet eerder dit jaar de campagne Reboot Food: een oproep om onze eiwitten en vetten niet meer te halen uit vee, maar uit micro-organismen, zoals via ‘precisiefermentatie’. De campagne trok veel internationale aandacht, ook in Nederland, waar steun kwam van onder meer Rutger Bregman

Niet verwonderlijk steunt de Partij voor de Dieren die beweging. De partij wil “een forse krimp van het aantal dieren in de veehouderij” en een einde aan de insectenkweekindustrie. Ontwikkelingen zoals kweekvlees en precisiefermentatie wil de partij stimuleren. 

>> Luister de podcast: Een voedselrevolutie: van veeteelt naar fermentatie 

Die steun is het sterkst te vinden bij GroenLinks-PvdA: “We bevorderen de eiwittransitie, met als tussendoel dat in 2030 onze eiwitten voor 60% uit plantaardige bron komen en voor 40% uit dierlijke bron. We stimuleren de ontwikkeling en de opschaling van de productie van ‘cellulaire landbouw’ (precisiefermentatie en kweekvlees).” 

Ook de VVD wil deze technieken bevorderen, maar toont weinig ambitie met deze zin: “De melkveehouderij is niet weg te denken uit het Nederlandse cultuurlandschap.” Voor intensieve veehouderij ziet VVD een rol, “op voorwaarde dat er stappen gezet worden op het gebied van dierenwelzijn”. 

NSC schrijft koeltjes: “Voor intensieve varkens-, geiten-, kalver- en kippenhouderij zal minder ruimte zijn.” Deze sectoren moeten bovendien meer doen aan dierenwelzijn. De SP heeft plannen om te stoppen met de “grootschalige bio-industrie”. 

D66 wil “een verbod op kiloknallers” en “zet zich in om kweekvlees zo snel mogelijk in de supermarkt te krijgen”. Volt wil “een verbod op supermarktaanbiedingen op vlees” en investeren “in de ontwikkeling van kweekvlees”. 

 

Klimaatbeleid 

Voor rechtse partijen is het hoofdstuk over klimaatbeleid een manier om flink van zich af te bijten. De PVV noemt het klimaatbeleid “onzinnig”. De partij wil de Klimaatwet intrekken, kolencentrales openhouden en een einde aan “de hysterische reductie van CO2”. Geen windturbines, geen zonnepanelen, geen biomassa. BVNL ziet ook niets in windmolens en ook niet in CCS (ondergrondse opslag van CO2), en wil het Klimaatakkoord opzeggen. FVD wil “direct stoppen met het huidige klimaatbeleid”. 

Wel is er op de rechterzijde interesse in adaptatie, waarbij Nederland de kwetsbaarheid voor klimaatverandering erkent en terugdringt. In de woorden van JA21: “Ons watermanagement, onze polders, dijken en Deltawerken: de hele wereld kijkt naar Nederland en wil van ons leren. Als er één land is dat in staat is om succesvol en adaptief om te gaan met klimaatverandering, dan is het Nederland.”

Op links klinkt juist de oproep om nog maar een tandje bij te zetten. Volt wil dat Nederland in 2040, dus tien jaar eerder dan gepland, “klimaatneutraal” is. BIJ1 spant de kroon en wil al in 2030 geen uitstoot van broeikasgassen meer. “Deze doelen worden wettelijk vastgelegd en zijn bindend.”

>> Luister de podcast: “De klimaatcrisis is iets anders dan praten over de klimaatcrisis”

 

Klimaat blijkt een breed thema. We doen een volstrekt willekeurige en onvolledige greep uit de partijprogramma’s:

De SP wil een CO2-heffing voor alle vervuilende bedrijven, “zonder vrijstellingen”. 

De Partij voor de Dieren vindt dat geen enkele sector is uitgezonderd van de klimaatdoelen. Dus: “De luchtvaart, scheepvaart, veehouderij en de financiële sector verliezen hun uitzonderingspositie.” 

GroenLinks-PvdA lijkt te erkennen dat het klimaatbeleid wat elitair is geweest en stelt nu: “De transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie kan alleen slagen als sociale rechtvaardigheid daarbij verzekerd is.” 

D66 stimuleert technieken die kunnen zorgen voor “negatieve emissies”. 

JA21 zet heel praktisch vol in op betere isolatie van woningen. 

Het CDA wil “extra aandacht” aan energiebesparing en zet in op alle energiebronnen die kunnen helpen bij de transitie. 

De SGP ziet “nog veel lege daken waar zonnepanelen op kunnen”, maar ziet ze liever niet op landbouwgrond of in de Noordzee. 

Volt kiest expliciet “voor een radicale klimaataanpak zonder taboes: alles op alles, én-én”. 

Klimaat blijkt in de verkiezingsprogramma’s een potpourri, waarin vooral veel grote woorden met elkaar worden gemengd. 

 

Kernenergie 

In navolging van de beste internationale studies erkennen ecomodernisten de prominente rol die kernenergie kan spelen een effectief klimaatbeleid. Omdat kerncentrales geen CO2 uitstoten zijn ze de beste vervanger van kolencentrales en gascentrales, die bovendien met weinig grondstoffen in staat zijn om op slechts weinig landoppervlak te voorzien in de groeiende vraag naar stroom, onder meer voor elektrische auto’s en de productie van waterstof. 

Wat ecomodernisten betreft, is de houding ten opzichte van kernenergie de lakmoesproef. Werkt een partij de bouw van kerncentrales tegen, dan wordt klimaatverandering niet voldoende serieus genomen en niet effectief genoeg bestreden. 

Wat zeggen de partijen over kernenergie? Er is over het algemeen steun. Volgens Volt hoort kernenergie “in de energiemix”. NSC erkent de “onmisbare bijdrage” van kernenergie en wil “ten minste twee nieuwe kerncentrales”. Ook JA21 wil kernenergie en spreekt van “schone, stabiele, betaalbare en toekomstbestendige elektriciteitsproductie op eigen bodem”. De BBB wil de bouw van de geplande kerncentrales versnellen en voegt toe dat er ook SMR’s (kleine, modulaire reactoren) moeten komen, “zodat we 24 uur per dag elektriciteit, waterstof en warmte kunnen produceren”. Sowieso blijken SMR’s populair, of in elk geval onderzoek naar de mogelijkheden daarvan. 

>> Luister de podcast: Wie is er bang voor kernenergie? 

Soms is de steun weinig enthousiast. De ChristenUnie ziet kernenergie als “een integraal (tijdelijk) onderdeel van het Nederlandse energiesysteem” en merkt op dat “duurzamere vormen van energie onze voorkeur” hebben. Denk schrijft: “Kernenergie sluiten we niet uit als optie”. 

Geheel volgens verwachting, maar toch teleurstellend is het standpunt van GroenLinks-PvdA: “Geen nieuwe kerncentrales.” De partij hoopt dat er over een jaar of vijftien zoveel zonnepanelen en windmolens in Nederland zijn, dat kerncentrales “nauwelijks nog een rol van betekenis spelen in ons energiesysteem”. De SP eist bij kernenergie “duurzame winning van grondstoffen” en “een milieuveilige oplossing” voor de opslag van kernafval, waardoor kernenergie wordt afgewezen. Het zijn overwegingen die de partij niet maakt als het gaat om grondstoffen of afval van zon en wind.

Wat zeggen nu de drie partijen met een lijsttrekker die zich expliciet hebben uitgesproken vóór kernenergie? 

Bij het CDA van Henri Bontenbal valt op dat kernenergie pas wordt genoemd na een lang rijtje energiebronnen met daarin onder meer biomassa, aardwarmte en zelfs aquathermie. De partij stelt zuinig vast dat kernenergie “nodig” is en door wil gaan met de bouw van twee nieuwe kerncentrales “met aandacht voor de voorwaarden die lokaal worden gesteld”. Het houdt niet over. 

Bij het D66 van Rob Jetten gaat het evenmin van harte. De partij rept over allerlei voorwaarden rondom ontmanteling en afvalberging. D66 eist “subsidiëring en financiële steun en garanties” en vindt dan dat de gevolgen van “de verstorende werking van deze gesubsidieerde dure kernstroom” moet worden beperkt voor aanbieders van stroom uit zon en wind. Ook wil de partij graag de optie openhouden dat een toekomstige regering de centrale weer kan sluiten “wanneer een schoner en goedkoper duurzaam energiesysteem voorhanden en door de overheid gewenst is”. Ofwel: liever geen kernenergie. 

De VVD van Dilan Yeşilgöz-Zegerius zegt onomwonden: “We gaan aan de slag met moderne en veilige kerncentrales. Kernenergie is onmisbaar in een klimaatneutrale samenleving. Daarom zetten we de huidige plannen door en gaan we volop door met het bouwen van nog meer kerncentrales.” De liberalen willen “alle duurzame opties voor elektriciteitsopwekking, waaronder tenminste vier grote kerncentrales en de bouw van meerdere kleine kerncentrales.” 

 

Behoud van natuur  

We zagen het al hierboven, in het stukje over landbouw en natuur: de ambities voor de terugkeer van natuur in Nederland zijn laag. Biodiversiteit moet kennelijk vooral worden verzorgd door biologisch boeren te stimuleren. Op die manier zal er nooit een groots plan komen voor een radicale herinrichting van Nederland, zoals bijvoorbeeld dit plan

Vaak grossiert het in de partijprogramma’s van vaagheden als het aankomt op natuur. Zo stelt de BBB: “Biodiversiteit is niet alleen een zaak van natuurbeheerders en landbouwers, het is een zaak voor eenieder die een verantwoordelijkheid heeft voor een deel van de buitenruimte, dus ook in wijken, steden en dorpen.” Wat wordt hier precies bedoeld? 

En D66 meldt: “We zien het belang en de kracht van onze natuur; we koesteren ons landschap en erfgoed, versterken biodiversiteit en zetten in op ecosysteemdiensten voor onze brede welvaart.” Maar: wanneer we het ecosysteem gaan gebruiken om nuttige diensten te leveren,  leidt dat juist tot een zwaardere druk op de natuur. Volgens ecomodernisten moeten we juist ruimte voor natuur scheppen vanwege de intrinsieke waarde van natuur, niet vanwege het economische belang van natuur. 

>> Luister de podcast: Wat verstaan we onder natuur? 

Iets daarvan zien we terug bij de VVD. “We zorgen voor vergroening van onze leefomgeving. We genieten van de natuur.” De liberalen willen expliciet niet “een hek om natuurgebieden” zetten. Maar wat wordt bedoeld als er vervolgens staat: “juist door kansen te zien waarbij natuur en economie elkaar kunnen versterken”? 

De Partij voor de Dieren heeft een interessante voorwaarde bij bouwprojecten. “Activiteiten en projecten die ten koste gaan van bestaande natuur mogen alleen doorgaan als ze aantoonbaar bijdragen aan biodiversiteits- en klimaatdoelen op de lange termijn. Als opoffering van natuur onvermijdelijk is, wordt vooraf en in de directe omgeving een dubbele hoeveelheid natuur gerealiseerd.” 

Wat opvalt, is vooral het onvermogen om groots te durven denken over de terugkeer van natuur in Nederland. Zo klaagt het CDA: “Voor de wolf is geen plek in Nederland.” Het toont de hypocrisie: kennelijk is het een ondraaglijk bloedbad wanneer een wolf een schaap aanvalt, maar intussen gaan er elk jaar miljoenen varkens, miljoenen runderen en honderden miljoenen kuikens naar het slachthuis. 

Het is alom bekend dat de wolf heel goed is voor de biodiversiteit. De terugkeer van de wolf zet juist het denkraam open over de mogelijkheden om nog veel meer natuur te creëren. 

 

Techniek en innovatie 

Hier en daar stuitten we, dankzij het onverzettelijke werk van ChatGPT, op mooie denkrichtingen in de verkiezingsprogramma’s. Het nut van techniek wordt volgens ecomodernisten vaak onderschat. Daarom was het fijn dat een aantal partijen specifiek de rol van technische innovatie benoemden.  

Zo toont D66 zowel ambitie als ‘techniektrots’ als de partij schrijft dat ze wil “investeren in innovaties die het verschil maken. Onze investeringen in innovatie vormen de sleutel tot nieuwe ‘wereldwonderen’ die bijdragen aan brede welvaart.” 

JA21 gaat een stap verder en breekt een lans voor technische opleidingen. Minimaal 3 procent van het bbp moet worden geïnvesteerd in “onderzoek & ontwikkeling (R&D) voor een sterke en innovatieve economie”. De partij merkt op dat de vier technische universiteiten hierin een belangrijke rol moeten krijgen. 

>> Luister de podcast: Leve het technisch vernuft 

NSC ziet “het belang van regionale broedplaatsen voor startups en scale-ups, waar startende, groeiende en gevestigde ondernemers samen met onderwijs- en kennisinstellingen werken aan doorbraken op het gebied van technologie en duurzaamheid.” 

Er waren andere parels. BVNL benoemt dat de voedselproductie kwetsbaar is en wereldwijd onder druk staat. “De Nederlandse landbouw is de meest duurzame ter wereld. Wij moeten trots zijn op onze boeren en onze vruchtbare gronden koesteren.” 

En bij het CDA zagen we een gloedvol pleidooi om boeren, leraren en zorgmedewerkers meer zeggenschap over hun werk te geven en meer erkenning voor hun vakmanschap. “We schrappen zoveel mogelijk onnodige regels, administraties en voorschriften die mensen in de weg zitten om het goede te doen. De overheid kiest voor langjarige, voorspelbare doelsturing in plaats van middelsturing.” Dit sluit nauw aan op de visie van Rudy Rabbinge, voorzitter van WePlanet Nederland en voormalig senator namens de PvdA. 

Het mooist vonden we deze zin in het programma van Volt: “Volt heeft een positief mensbeeld: een mensbeeld van vertrouwen.” Kom daar in de politiek maar eens om. 

 

Eindoordeel 

Tja, wat valt hier nu uit op te maken? Allereerst moeten we de tekortkomingen van onze werkwijze accepteren. ChatGPT is niet volmaakt. We hebben ongetwijfeld nuances gemist. Bovendien hebben we niet alle thema’s behandeld die voor ecomodernisten belangrijk zijn, zoals ontwikkelingssamenwerking en democratie. 

Wat zien we wél? 

Opvallend is dat de problemen die ecomodernisten aankaarten, vooral worden erkend door partijen die links van het midden staan. De oplossingen die ecomodernisten aandragen, worden echter vooral onderschreven door partijen die rechts van het midden staan. 

Deze constatering sluit aan bij wat we eerder schreven in het boek Ecomodernisme: Het nieuwe denken over groen en groei uit 2018. Het pragmatische ecomodernisme “zou de polarisatie links-rechts in de politiek weleens kunnen overstijgen”, schreven we destijds. 

Een professor milieuethiek had eerder het ecomodernisme al eens omschreven als een “eclectisch, ondogmatisch liberalisme dat bereid is om zijn vooronderstellingen te betwijfelen en eventueel te wijzigen”. Hij stelde het ecomodernisme gelijk aan “milieubescherming voor iedereen”. 

>> Luister de podcast: Nilüfer Gündoğan: Een ecomodernist in de Nederlandse politiek 

In Nederland is de politiek versnipperd geraakt. Coalitievorming noopt tot verzoenende gesprekken met politieke opponenten. Juist dat perspectief kan betekenen dat een deel van de oplossingen vanuit het ecomodernisme zal worden uitgevoerd. 

Boven alles merkten we dat het bij de partijen vaak ontbreekt aan een coherente visie op de toekomst. Hoe willen we onze moderne samenleving in balans brengen met het verlangen naar meer natuur? Welke rol speelt techniek in dat streven? Hoe willen we omgaan met dieren? Het zijn vragen waarop geen enkele partij heldere antwoorden biedt – en waarbij ChatGPT niet zal helpen. 

We wensen u daarom veel sterkte en succes in het stemhokje op 22 november. 

>> Luister de podcast: Politieke partijen langs de meetlat van groen en groei

De eerste Atoomcoöperatie ter wereld is een feit

In aanwezigheid van parlementsleden en journalisten is De Atoomcoöperatie officieel gelanceerd. Op dinsdag 31 oktober kwamen ruim 80 bezoekers af op het evenement in Het Witte Huis in Amsterdam.

Daar opende Olguita Oudendijk, directeur van WePlanet Nederland, met een welkomstwoord ‘s werelds eerste coöperatie voor kernenergie. Leden kunnen meehelpen om de toekomst van een schone en zekere energievoorziening met kernenergie in Nederland vorm te geven. Door mee te praten met overheden en bedrijven, en door te investeren in de bouw van een SMR, een kleine, modulaire reactor.

Mede-oprichter Patrick Bauduin vertelde over het ontstaan van de coöperatie: een idee dat in de lucht hing. Hij praatte de bezoekers bij over de deelname van De Atoomcoöperatie in twee regionale projecten: in Twente en in Limburg.

Wim Fleuren, eveneens mede-oprichter, gaf een presentatie over de voordelen van coöperatief ondernemen. Hij liet onder meer zien dat projecten voor de realisatie van windmolens aanmerkelijk sneller verlopen wanneer een coöperatie deelneemt. Ook ging hij in op de rol van kernenergie in de energietransitie.

Silvio Erkens, Tweede-Kamerlid van de VVD, benadrukte het belang van burgers en bedrijven die zich samen inspannen om kernenergie mogelijk te maken. De maatschappelijke steun die uit een coöperatie spreekt, is nodig om politici in beweging te zetten. Derk Boswijk, Kamerlid voor het CDA, onderstreepte dat. Wel vroeg hij zich af of Pieter Omtzigt de noodzaak van kernenergie voldoende begrijpt en ondersteunt om bij een eventuele coalitievorming weerstand te bieden tegen het verzet van Frans Timmermans, die zich als leider van GroenLinks/PvdA laat zien als een uitgesproken tegenstander van kernenergie.

Tot slot poseerden de leden voor een groepsfoto en werd er getoast op een stralende toekomst voor kernenergie.

O.a. Algemeen Dagblad, EW Magazine, Dagblad de Limburger en Energeia deden verslag van de lancering.

Als u nog geen lid bent, klik dan hier en sluit u vandaag nog aan. Bent u al lid, moedig dan uw netwerk uit om óók lid te worden. Hoe meer leden, hoe meer politici overtuigd raken van de maatschappelijke steun voor kernenergie.

WePlanet Africa: ‘Greenpeace belemmert Afrika’s energietransitie’

In een open brief vraagt onze zusterorganisatie WePlanet Africa Greenpeace om hun verzet tegen kernenergie te heroverwegen. Lees hieronder de volledige brief in het Nederlands. De oorspronkelijke brief, in het Engels, vind je hier.

Nairobi, Kenia
13 oktober 2023

Beste Greenpeace,

We schrijven jullie als bezorgde burgers van Afrika, met een diepgewortelde interesse in de duurzame ontwikkeling van ons continent. We waarderen het lovenswaardige werk dat jullie in de loop der jaren hebben verricht om het milieu te beschermen en te pleiten voor een groenere en schonere wereld. Desalniettemin vragen we vandaag om een heroverweging van jullie standpunt met betrekking tot het CO2-vrije kernenergie.

We verzoeken jullie het verzet ertegen te heroverwegen, dat naar onze mening tot uiting komt in campagnes en rechtszaken die verstoken zijn van betekenisvolle impact. Afrika, begiftigd met overvloedige natuurlijke grondstoffen, met name uitgebreide uraniumreserves, staat op een kruispunt. Ondanks deze rijkdom hebben bijna 600 miljoen Afrikanen geen toegang tot betrouwbare energiebronnen, en tal van Afrikaanse landen kampen met verlammende energietekort, wat zowel sociale als economische vooruitgang belemmert.

Hoewel we erkennen dat jullie verzet tegen kernenergie voornamelijk gericht is op Europa, willen we benadrukken dat wat Europa beïnvloedt, vroeg of laat Afrika beïnvloedt. We stellen jullie standpunt met betrekking tot kernenergie ter discussie, gezien het een energiebron is met het potentieel om Afrika te helpen het energietekort te overbruggen en Afrikaanse landen in staat te stellen een duurzame en welvarende toekomst op te bouwen.

Kernenergie is een haalbaar alternatief voor fossiele brandstoffen, die bijdragen aan koolstofemissies en klimaatverandering. Jullie inzet om klimaatverandering te bestrijden, sluit aan bij de wereldwijde consensus over het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Paradoxaal genoeg belemmeren jullie, door je te verzetten tegen kernenergie, die nauwelijks CO2 uitstoot, de effectieve transitie van Afrika van fossiele brandstoffen en verlichting van de druk op de bossen die de meeste keukens op het continent van energie voorzien door middel van houtskool en hout.

We erkennen de zorgen met betrekking tot veiligheid en afvalverwerking in de context van kernenergie. We dringen er echter bij jullie op aan de aanzienlijke technologische en operationele veiligheidsvoorrang te erkennen. De Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) speelt een cruciale rol bij het vaststellen van normen, het bieden van toezicht en het waarborgen van verantwoorde nucleaire programma’s.

Afrikaanse landen kunnen robuuste regelgevende kaders opzetten die veiligheid en milieubescherming prioriteren, zoals blijkt uit de incidentvrije eeuw van kernenergiegebruik in Zuid-Afrika. Bovendien heeft de nucleaire industrie behoorlijke vorderingen gemaakt op het gebied van afvalreductie en efficiënte verwijderingsmethoden.

Kernenergie biedt een unieke kans voor Afrika om zijn midden te benutten, de energiekloof te overbruggen, klimaatverandering te bestrijden en sociaal-economische groei te stimuleren.

Hoogachtend,

Patricia Nanteza

Directeur, WePlanet Africa

foto:  Tim Johnson/Unsplash

Jongeren eisen dat Greenpeace verzet tegen kernenergie bij het Europese Hof staakt

Greenpeace moet het verzet tegen kernenergie opgeven. Dat is de eis van een nieuwe campagne, geleid door scholier Ia Aanstoot en rechtenstudent Freek van der Heide.

Samen met andere jonge klimaatactivisten van de internationale milieugroep WePlanet, nam Aanstoot het initiatief om CO2-vrije kernenergie te behouden in de ‘groene taxonomie’ van de EU voor duurzame financiering. WePlanet heeft daarvoor een verzoek ingediend bij het Europese Hof van Justitie om te worden toegelaten in de rechtszaak die Greenpeace onlangs tegen de Europese Commissie heeft aangespannen. Het doel van de inmenging is om, aan de zijde van de Europese Commissie, kernenergie in de taxonomie te behouden.

Volgens Aanstoot, Van der Heide en andere activisten druist deze juridische stap van Greenpeace tegen hun belangen in, omdat het klimaat niet gediend is bij een poging om kernenergie uit te sluiten van de taxonomie. Door kernenergie tegen te werken, houdt Greenpeace de fossiele brandstoffen langer in de lucht. Als het Hof het verzoek accepteert, kunnen de argumenten van de jongeren worden ingebracht in de hoorzitting.

Ia Aanstoot, een 18-jarige klimaatactiviste, staakte jarenlang van school om nu actie te ondernemen tegen de aanvallen van Greenpeace op kernenergie. (Foto: Rowan Farrell)

Ia Aanstoot (18), een Zweedse scholier die drie jaar lang elke vrijdag van school staakte als onderdeel van de door Greta Thunberg geleide Fridays For Future-beweging: “Greenpeace zit vast in het verleden en vecht tegen schone, CO2-vrije kernenergie, terwijl de wereld letterlijk in brand staat. We moeten alle beschikbare middelen gebruiken om klimaatverandering aan te pakken. Ik ben het zat om te moeten vechten tegen mijn mede-milieuactivisten over kernenergie, terwijl we zouden moeten vechten tegen fossiele brandstoffen.”

Freek van der Heide (23), rechtenstudent in Amsterdam: “In Nederland en ook in andere landen is er brede maatschappelijke steun voor kernenergie. Steeds meer mensen, vooral jongeren, begrijpen dat kerncentrales geen CO2 uitstoten en ook geen luchtvervuiling. Bovendien levert een klein beetje uranium zoveel energie op dat er genoeg is voor iedereen om een welvarend leven te kunnen hebben.”

Klik hier om het hele verhaal van Freek van der Heide te lezen.

Rechtenstudent Freek van der Heide steunt kernenergie en wijst op de brede maatschappelijke steun.

Tegelijk met het verzoek aan het Europese Hof lanceren Aanstoot en Van der Heide een petitie, waarin ze Greenpeace oproepen om te stoppen met alle campagneactiviteiten tegen kernenergie. Wetenschappers hebben immers allang aangetoond dat kernenergie noodzakelijk, schoon en veilig is om verdere ontwrichting van het klimaat te voorkomen.

James Hansen, gerenommeerd klimaatwetenschapper: “Het is 35 jaar geleden dat ik voor het Amerikaanse Congres getuigde dat het broeikaseffect waarneembaar was, en over de risico’s van klimaatverandering. Sindsdien hebben we jonge mensen zoals Ia in de steek gelaten en dat zullen we blijven doen, tenzij we een technologie zoals kernenergie gebruiken om fossiele brandstoffen snel af te bouwen.”

Op 9 september 2022 vroeg Greenpeace de Europese Commissie om haar besluit over de opname van kernenergie en aardgas in de taxonomie te herzien. De Commissie verwierp dit verzoek op 8 februari 2023. Daarop stapte Greenpeace naar het Europese Hof. Campagnevoerders van ‘Dear Greenpeace’ willen echter dat kernenergie níet van tafel gaat.

Tijdens de Klimaatmars 2021 in Amsterdam liepen activisten voor kernenergie mee.

Momenteel is kernenergie de belangrijkste bron van schone energie in de Europese Unie. Vorig jaar waren kerncentrales hier goed voor 21,9% van alle elektriciteit. Landen als Frankrijk en Zweden hebben hun elektriciteitssector snel kunnen opschonen dankzij kernenergie. Landen in Europa die kernenergie gebruiken, hebben stelselmatig lagere CO2-uitstoot dan landen zonder kernenergie.

De campagne van de jongeren wordt betaald door WePlanet, een filantropisch gefinancierde milieugroep die geen donaties van de industrie of politieke partijen accepteert. De belangrijkste donateur in 2022/23 was de Quadrature Climate Foundation. Een volledige transparantieverklaring en de statuten van WePlanet zijn hier te vinden.

Ia Aanstoot leidt een team van jonge mensen. Naast Freek van der Heide zijn de andere deelnemende klimaatactivisten: Ariel Marchel (14), scholier en lid van Extinction Rebellion uit Polen; Filip Auvoja (17), scholier uit Zweden; Julia Galosh (22), bioloog uit Polen; François Jaffré (24), student internationale betrekkingen uit Frankrijk; en Ellen Ojala (26), student politieke wetenschappen uit Finland.

Zij stellen dat zij zich in de steek gelaten voelen door het anti-wetenschappelijke standpunt van Greenpeace als het gaat om kernenergie. Ze stellen dat dit standpunt veertig jaar geleden misschien begrijpelijk was, maar dat het niet bijstellen ervan in het licht van de klimaatcrisis hun toekomst in gevaar brengt.

Voor een stralende toekomst!

EEN REACTIE OP DE STANDPUNTEN VAN LINKS OVER KERNENERGIE
Met de verkiezingen in aantocht en maatschappelijke protesten om vaart te maken met de energietransitie, is kernenergie bij uitstek een optimistisch antwoord: het is schoon en de energielevering is 24/7 beschikbaar. Het is daarom een raadsel waarom linkse partijen nog steeds niet over hun schaduw kunnen springen en kernenergie omarmen. Het wordt tijd.

In dit stuk wil ik dan ook graag reageren op de standpunten van links over kernenergie. In algemene zin kunnen we stellen dat kernenergie al decennialang in de taboesfeer zit. De historische reden hiervoor is de koppeling met kernwapens. Kernenergie kwam immers met een behoorlijke ‘bang’ in de wereld: met de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki maakte de wereld kennis met deze natuurkracht.

Het logo van de Campaign for Nuclear Disarmament, bron Wikipedia

Links heeft zich altijd verzet tegen kernwapens. Terecht natuurlijk, want kernwapens zijn in haar diepste fundament een onmenselijk wapen. De Britse Campaign for Nuclear Disarmament, gestart door communisten, heeft de wereld het alom bekende vredessymbool gegeven: een combinatie van de semafoorletters N en D.

Inmiddels zijn we bijna 80 jaar verder en zijn de militaire en civiele tak van de kernindustrie behoorlijk uit elkaar gegroeid. Waar de eerste generatie kernreactoren in de jaren ’50 nog konden worden gebruikt voor het maken van plutonium voor bommen, is dat met moderne generatie 3+ reactoren al lang niet meer zo evident, niet alleen vanwege een streng internationaal regime van toezicht en controle, maar ook door de gebruikte technologie. De vierde generatie reactoren, die de komende tien jaar op de markt beginnen te komen, maken deze afstand nog groter aangezien deze techniek nog meer ‘proliferatie proof’ is.

Waarom dan toch deze blijvende angst voor kernenergie op links? Laten we de partijen eens afgaan en de argumenten beoordelen.

GROEN LINKS

GroenLinks heeft van alle partijen de meest uitgebreide argumentatie en zal om die reden dan ook de meeste ruimte innemen in dit artikel. In twee stukjes op haar website noemt ze haar argumenten.

“De tijd dringt en bouwen duurt te lang”

GroenLinks stelt dat we voor 2030 al de helft aan CO2 uitstoot moeten hebben teruggebracht. Dit jaartal is een tussendoel dat voortvloeit uit het Parijs Akkoord dat stelt dat we tegen 2050 op netto nul CO2 uitstoot moeten zitten.

Dat GroenLinks 2050 niet noemt is niet opmerkelijk. Het narratief dat men graag schetst is immers dat kernenergie ’te laat komt’ om nog uit te maken voor de doelen die we moeten bereiken.

Hier zijn twee dingen over te zeggen: in de eerste plaats bouw je niet één kerncentrale, maar vele. Stel, je start elk jaar met de bouw van één reactor, en je stopt daar nooit mee. Dan duurt de bouw wellicht tien jaar, zoals GroenLinks stelt (het wereldgemiddelde ligt overigens op zeven jaar en Borssele is destijds zelfs in vier jaar gebouwd), maar na 10 jaar komt er elk jaar dus een kerncentrale op het net beschikbaar. Na nog eens tien jaar hebben we ons volledige elektriciteitsverbruik op deze manier verschoond, aangezien kernenergie geen CO2 produceert bij het opwekken van energie.

Dit is precies wat Frankrijk deed, die via haar Messmer Plan 56 reactors bouwde in 20 jaar tijd. Is dat dan 4 maanden bouwtijd per reactor? Nee, dat zou onzinnig zijn om te stellen. Maar het is net zo onzinnig om te stellen dat kernenergie te lang zou duren.

In de tweede plaats bijt dit argument GroenLinks in de vingers. Voor de voor hen graag geziene oplossing, 100% hernieuwbaar, hebben we namelijk een enorme investering nodig in ons elektriciteitsnet. Dit heeft te maken met het gegeven dat ons energienet historisch is gebouwd met centrale opwekking in het achterhoofd. Door het decentrale karakter van zon- en windenergie zullen vele duizenden kilometers aan kabels getrokken moeten worden. Dat de beheerders van dit netwerk erg achterlopen met dit werk is bijna elke week wel in het nieuws en het gaat nog vele miljarden en decennia kosten voordat het klaar is. Komt daarmee zon- en windenergie  dan niet juist “te laat”?

Dan is er nog de lange termijn. Ja, we hebben zon- en windenergie nodig om snel te komen tot nul emissies, maar alle zonneweides en windparken die we vandaag bouwen, zullen tegen 2050 minimaal een keer moeten zijn vervangen. Wat is het plan voor de lange termijn, zeg het jaar 2100? Dit is een relevante overweging, omdat zon- en windenergie significant meer grondstoffen nodig hebben dan kernenergie. Blijven we tot aan het einde der tijden een enorme aanslag doen op natuur en milieu?

Waarom benoemt GroenLinks nooit de enorme hoeveelheden beton en staal die we nodig hebben voor zon- en windenergie?

Of de hoeveelheid grondstoffen uit mijnbouw? Bron UNECE

“Bouwen kan al, maar de kosten zijn enorm”

Bedrijven mogen gewoon een kerncentrale bouwen hoor, stelt GroenLinks. Feitelijk klopt dat, waarmee GroenLinks dan smalend kan beweren dat het gegeven dat dit niet gebeurt een bewijs is dat men dus geen trek heeft in kernenergie.

Misschien moet GroenLinks haar stukje herschrijven, nadat diverse bedrijven recent nog enthousiast naar Nederland kwamen om te praten over hun producten voor een Borssele-2 en 3. Meer fundamenteel is men graag bereid om te investeren mits men wel garanties krijgt. Een investering in een kerncentrale is een lange termijn project, aangezien zo’n centrale tot minstens 80 jaar meegaat en er best wat kosten gemaakt worden bij de bouw ervan. Als we garanderen dat een toekomstige regering niet zomaar tot sluiting overgaat, zoals recent nog bij onze oosterburen het geval was, dan komen die bedrijven echt wel. Dat GroenLinks dergelijke garanties schaart onder ‘subsidies’, zonder daarbij melding te maken van de vele miljarden die op kosten van de belastingbetaler worden geïnvesteerd in het energienet en ook directer in zon- en windenergie, doet wat raar aan.

Bovendien jokt GroenLinks in dit stukje met de volgende zin: “Bovendien blijkt uit het verleden dat de belastingbetaler vaak opdraait voor de opruimkosten.” Hieruit volgt dan de implicatie dat dit in de toekomst wederom zou kunnen gebeuren. Maar in de kernenergiewet (artikel 15f, sub 1, voor de liefhebber), is tegenwoordig opgenomen dat bedrijven die kerncentrales beheren zelf zorg moeten dragen voor de afbraak, welke wordt verrekend in de elektriciteitsprijs.

Kerncentrale Dodewaard, bron publiek domein

Dat dit in het verleden anders lag, heeft een specifieke reden: tot eind jaren ’90 was de elektriciteitsmarkt nog niet geliberaliseerd. Dodewaard, de 50 MWe centrale bij het gelijknamige dorpje, was eigendom van de overheid en heeft tot haar sluiting altijd geopereerd onder verantwoordelijkheid van de overheid, als NUTS-bedrijf. Onder het mom van ‘de vervuiler betaalt’ lijkt het redelijk evident dat de overheid dan ook verantwoordelijk is voor de afbraak.

Dit had men overigens beter kunnen regelen, door bij de liberalisering meer verantwoordelijkheid hiervoor te leggen bij de latere private partijen. Dat de wetgever dit heeft nagelaten is primair een verantwoordelijkheid die bij het parlement ligt, en daarmee onder meer bij GroenLinks. Niet bij kernenergie als zodanig.

“Toekomstige generaties niet opzadelen met kernafval”

GroenLinks stelt op haar website dat er geen goede oplossing zou zijn voor het kernafval. Bedoelt wordt hier het hoogradioactief afval dat momenteel wordt opgeslagen bij COVRA. GroenLinks weet niet hoe veilig dit wordt opgeslagen. Gelukkig doet COVRA aan rondleidingen. Erg de moeite waard.

Hier zijn meerdere dingen over te zeggen. In de eerste plaats is de hoeveelheid van het afval zeer gering. Elk jaar produceert Borssele enkele kubieke meters aan hoogradioactief afval. Dit wordt bovendien gerecycled in Frankrijk. Dat kan omdat als zo’n brandstofstaaf na vier jaar uit de reactor komt, er nog voor zo’n 95% (!) aan brandstof in zit. Dat kunnen we fijn hergebruiken, en dat gebeurt dan ook bij een opwerkingsfabriek in La Hague, Frankrijk, waarna het weer terugkomt in brandstofstaven van dit gerecyclede materiaal, genaamd MOX.

Een overtreffende trap van deze recycling is ook nog mogelijk via kweekreactoren. Via deze technologie, die al bestaat sinds het begin van kernenergie, is het mogelijk om alle brandstof direct op te gebruiken waardoor het tot 100x efficiënter en zuiniger is dan traditionele reactoren, zoals Borssele. WePlanet heeft eerder dit jaar hierover nog een nuttig rapport geschreven waarin het een en ander wordt toegelicht. Cruciale boodschap hierbij is dat we niet alleen kernafval kunnen opbranden, maar dat dit zogenaamde kernafval bovendien heel Europa voor eeuwen kan voorzien in alle energie. Hoe méér duurzaam wil je het nog hebben?

Het is overigens jammer dat de voorlopers van GroenLinks óók tegen kweekreactoren waren. In de jaren ’80 is er door partijen als CPN, PSP en PPR veel energie gestoken in het politiek doen falen van Kalkar. Het is daarom wat raar dat men nu beweert dat er geen oplossingen zouden zijn, terwijl ze zelf hard tegen deze oplossingen hebben gestreden.

Bovendien is er nog een ander probleem in de argumentatie van GroenLinks. Het kernafval dat we al hebben moeten we toch al oplossen. Bovendien komt er, ook zonder Borssele, elk jaar nieuw kernafval bij, zoals uit ziekenhuizen. Als we dan toch al bezig gaan zijn met een definitieve oplossing, zoals een diepe ondergrondse opslag, dan is de absolute hoeveelheid aan geproduceerd afval enkel een kwestie van de oplossing opschalen. Kortom, GroenLinks zit met deze argumentatie in een onmogelijke logische knoop.

“Energie uit een kerncentrale is duurder”

Het stuk dat ze hier citeren is een artikel van RTL over een onderzoek van CE Delft, verbonden aan Milieudefensie welke beide altijd anti-kernenergie zijn geweest, waarin wordt beweerd dat stroom uit een kerncentrale 37 cent per kWh zou kosten.

Echte wetenschappelijke bronnen ontbreken, maar het voldoet om te zeggen dat als kernenergie zulke productiekosten zou hebben, het al heel lang geleden niet meer zou hebben bestaan, omdat het domweg niet kan concurreren op de markt. Wie koopt er nou zulke dure stroom?

In werkelijkheid zijn zelfs de meest dure kernreactoren enorm goedkoop in de productie van stroom. Neem het Hinkley Point C wat GroenLinks zelf aanhaalt met een kostenpost van €31 miljard voor in totaal 3200 MWe productiecapaciteit. Twee derde van dit bedrag gaat overigens op aan financieringskosten, een probleem dat de overheid bij uitstek op kan lossen, door leningen (geen subsidies!) te geven tegen lage rentes.

Maar zelfs met dit ogenschijnlijk enorme bedrag zijn de kosten per kWh enorm laag. Om een beeld te krijgen vereenvoudig ik even de complexe realiteit van financiële leningen om een idee te krijgen van de orde van grootte. We hebben naast de investeringskosten ook rekening te houden met de operationele kosten elk jaar. Laten we deze laatste zetten op €250 miljoen. De opbrengst is zo’n 25 TWh en de levensduur is zo’n 80 jaar. De kosten per kWh zijn dan:

 

(€0,25 miljard / 25 miljard kWh) + (€31 miljard / 25 miljard kWh / 80 jaar) = 2,5 cent per kWh.

 

Dat is opeens een heel ander bedrag dan 37 cent, niet waar? Hoezo is kernenergie duur?

“Als het misgaat, gaat het gruwelijk mis”

Hoewel niet bij naam genoemd, blijft het spook van Tsjernobyl en Fukushima gebruikt worden als stok tegen kernenergie. Joris van Dorp schreef in een eerder stuk al op overtuigende wijze hoe gering de effecten van kernrampen eigenlijk zijn.

Want hoe dramatisch de honderden verloren levens zijn bij Tsjernobyl, het enige incident van de bekende drie waarbij er überhaupt levens verloren gingen, het valt in het niet bij de miljoenen levens elk jaar die sterven vanwege luchtverontreiniging door fossiele brandstoffen. In een zeer reële zin is de angst voor kernongelukken de echte killer. Zo rekende het National Bureau of Economic Research voor hoe er in Duitsland 1100 mensen elk jaar dood gaan vanwege de extra luchtverontreiniging door de Atomausstieg. Op pagina 25 lezen we:

“Put another way, the phase-out resulted in more than 1,100 additional deaths per year from increased concentrations of SO2, NOx, and PM. The increase in production from hard coal plants is again the key driver here, making up roughly 80% of the increase in mortality impacts.”

Dat zijn dus 13.200 doden sinds de start van de Atomausstieg in 2011. Wereldwijd hebben we het over miljoenen doden. Anders gesteld is dat een ‘Tsjernobyl’ elk half uur.

Daar komt bij dat Tsjernobyl nooit meer voor kán komen. De RBMK reactoren die daar, zonder de tegenwoordige verplichte betonnen overkoepeling, werden gebruikt zijn inmiddels bijna allemaal met pensioen. Een PWR, zoals bijvoorbeeld in Borssele, kan niet op dezelfde wijze ontploffen. Dit is een natuurkundige realiteit.

“Verzet uit de samenleving”

Tot slot wijst GroenLinks er in haar eerste stukje nog op dat er best wat verzet is uit de samenleving tegen kernenergie. Misschien is het vooral wensdenken van de schrijvers, want uit onderzoek blijkt dat een meerderheid voorstander is.

“Geen subsidies voor de bouw van kerncentrales in Europa”

Het tweede stukje is vooral een herhaling van zetten, maar heeft nog een kort kopje dat GroenLinks tegen subsidies is van kerncentrales. Want ze gaan voor ‘echte’ oplossingen (wat deze zijn wordt niet toegelicht).

Dit is een louter politieke keus, die voortvloeit uit haar eerdere argumenten. Ik heb denk ik inmiddels voldoende aangetoond welke problemen er zijn met deze argumenten. Maar als men tegen wat bescheiden subsidies is voor de schoonste energie die we kennen, is dat haar goed recht. Wel jammer dat ze daarmee de vooruitgang naar daadwerkelijk nul CO2 emissies frustreert.

PVDA

Het stukje van de PvdA over kernenergie is zó kort dat ik het gewoon helemaal citeer:

“Kernenergie is duurzaam noch veilig en daarmee ongeschikt voor onze toekomstige energievoorziening. Ze zorgt voor een afvalprobleem voor de komende honderdduizenden jaren, naast problemen met veiligheid en de verspreiding van kernwapens en/of kernwapentechnologie (nucleaire proliferatie). Er komen dus geen nieuwe investeringen in kerncentrales.”

Dit is een herhaling van dezelfde standpunten die we al zagen bij GroenLinks. Over kernwapens begon ik dit artikel.

SP

Ook de SP heeft een zeer summier stukje over het onderwerp geschreven:

“De SP is geen voorstander van nieuwe kerncentrales. Daar zijn wij altijd duidelijk in geweest. De overgang naar een duurzame energievoorziening staat ook bij ons centraal.

“De centrale in Borssele gaat zo snel mogelijk dicht. We zetten ons in om de kerncentrales in België snel gesloten te krijgen en onze buren te helpen bij een overstap naar alternatieve energie. We gaan werken aan een concreet actieplan voor de verwerking, opslag en eindberging van al ons nucleaire afval.”

Ook hier weer een herhaling van zetten. Wel valt op dat we voor het eerst iets horen over België. “We gaan onze buren helpen”, klinkt het. Toch is er ‘opeens’ de constatering dat België sinds de sluiting van Doel-3 en Tihange-2 veel meer CO2 uitstoot. Hoe zou dat nou komen?

Het is misschien nog goed om hier toe te voegen dat de SP sowieso geen integrale visie heeft over dit onderwerp. Zo is er wel het idee om op “zoveel mogelijk daken” zonnepanelen te leggen, maar levert dit volgens hun eigen berekeningen niet meer op dan 35 TWh, ongeveer 5% van de totale opdracht voor nul CO2. Ondertussen stapelen de voorbeelden zich op over NIMBY-acties tegen windturbines.

Laten we even duidelijk hebben hoe groot de opdracht naar nul uitstoot eigenlijk is. En deze energievraag gaat nog verdubbelen omdat ook de arme delen van de wereld in welvaart zullen stijgen!

PARTIJ VOOR DE DIEREN

Omdat ik bij BIJ1 géén standpunt tegenkom over kernenergie, is de partij voor de dieren de laatste in dit rijtje. Ook hier niets nieuws onder de zon: dezelfde verkeerde informatie en foutieve argumenten tegen kernenergie. Wel interessant is nog kort dat ze specifiek noemen dat ze voor een systeem zijn dat (volledig?) op zon- en windenergie draait: “De Partij voor de Dieren vindt het hoog tijd voor een transitie naar een echt duurzame energievoorziening, gebaseerd op wind- en zonne-energie.”

Het is daarom nog wel even goed om hierbij stil te staan. Zon- en windenergie zijn namelijk wisselvallige vormen van energie: ze werken alleen als de zon schijnt en de wind (voldoende hard) waait. Maar dit is niet altijd zo. Voor de zon is gezien de dag/nacht-cyclus evident, maar is het misschien toch verrassend dat we maar een capaciteitsfactor halen van 8%. De capaciteitsfactor is een maat voor de productiviteit van een energiecentrale. Het is de verhouding tussen de werkelijke elektriciteitsproductie van een elektriciteitscentrale en de maximaal mogelijke (met de aanwezige elektrische infrastructuur) opbrengst in dezelfde periode.

Voor wind-op-land is dit ietsje beter met 25% en voor wind-op-zee halen we zelfs 45%. Desalniettemin hebben we als maatschappij altijd energie nodig. Zowel elektriciteit als warmte. Kortom, zon- en windenergie hebben altijd een achtervang nodig. Meestal is dit aardgas, in Duitsland is dit ook bruinkool, zowat het meest smerige spul wat je kunt verbranden.

We kunnen daarmee zonnepanelen en windturbines beter zien als brandstofbesparende apparaten. Daarmee krijgen we de uitstoot inderdaad tot op zekere hoogte omlaag, maar niet naar nul, en dat is de opdracht. Het is dus absolute noodzaak om kernenergie de ruggengraat te laten zijn die zon- en windenergie nodig hebben. Helaas is opslag namelijk ook geen realistische route om dit probleem op te lossen.

Eén dag elektriciteitsopslag kost, met de huidige prijs van zo’n $800 per kWh voor lithiumbatterijen, een astronomische €800 miljard. En met een afschrijving van tien jaar is dat elk jaar €80 miljard, en dan hebben we het niet eens over de enorme milieu-impact die zulke aantallen batterijen met zich meebrengt. Bovendien zijn er in de winter best periodes tot twee weken zonder noemenswaardige wind, een zogeheten Dunkelflaute, waar een hogedrukgebied best een gebied van een paar duizend kilometer in doorsnede lamlegt. Vang dat maar eens op…

WAAROM LINKS KERNENERGIE ZOU MOETEN OMARMEN

Er zijn echter genoeg argumenten te bedenken waarom de linkse partijen toch vooral voorstander zouden moeten zijn voor kernenergie. Laten we er een paar behandelen.

KERNENERGIE IS SCHOON

Dit is op meerdere manieren een waarheid als een koe. Kernenergie stoot tijdens de energieopwekking helemaal geen CO2 of andere luchtverontreiniging uit, zoals roet. Dit laatste is een belangrijk punt dat nogal eens wordt vergeten. PM2.5 vervuiling, ook wel bekend als fijnstof, is een serieus gezondheidsrisico en verantwoordelijk voor onder meer COPD en astma. Als we de uitstoot van fijnstof bij energieopwekking en industriële processen fors kunnen verlagen, gaat de levenskwaliteit voor iedereen er sowieso al op vooruit.

Voor CO2 moeten we eigenlijk naar de hele levenscyclus kijken, want hoewel de witte wolken uit een koeltoren gewoon waterdamp is, komt er toch wat CO2 uitstoot vrij bij de mijnbouw, opwerking van de uranium tot brandstof, en ook de ontmanteling van oude kerncentrales.

Desondanks is deze uitstoot zeer laag, zo blijkt uit onderzoek van zowel het IPCC als UNECE. Met 12 en 5 gram per kWh respectievelijk zit kernenergie op gelijke hoogte als de levenscyclusuitstoot van windenergie en minder dan ¼ van de levenscyclusuitstoot van zonnepanelen.

Grafiek met cijfers van het IPCC

De reden hiervoor is de enorme energiedichtheid van uranium. Ter beeldvorming bevat een trein met 120 wagons aan steenkool evenveel energie als één kilo uranium!

KERNENERGIE VEREIST NAUWELIJKS MIJNBOUW

Dit brengt me meteen tot het punt dat we veel minder mijnbouw nodig hebben. Ik verwees eerder al naar de World Nuclear Association, maar ook UNECE heeft hier onderzoek naar gedaan. Elke keer blijkt dat kernenergie slechts een fractie van de grondstoffen nodig heeft die voor andere energiebronnen nodig zijn.

Daar komt bij dat inmiddels meer dan de helft van alle uranium wereldwijd wordt gedolven middels in-situ leach oftewel loogmijnbouw. Hierbij wordt een vloeistof geïnjecteerd in een ondergrondse laag rijk aan uranium. Aan de oppervlakte zie je er weinig van terug. Minder mijnbouw betekent ook dat we minder afvalstoffen hebben.

Van een loogmijn zie je bovengronds niet zoveel, bron sciencedirect.com

KERNENERGIE IS GOEDKOOP

Ik maakte eerder al een vereenvoudigde rekensom zodat we een beeld krijgen van de daadwerkelijke kosten van kernenergie. Dat deze zo laag ligt heeft, wederom, te maken met de enorme energiedichtheid van uranium, maar ook met de lange levensduur van een kerncentrale. De voornaamste kosten zitten aan het begin, bij de bouw, maar het verdient zich naar verloop van tijd terug. Een lange termijn blik is dus wel nodig hiervoor.

We kunnen er ook op een andere manier naar kijken, namelijk door de elektriciteitsprijzen te zien tussen landen. Als we daarbij deze lijst bekijken uit december 2022 valt bijvoorbeeld op dat Duitsland, die inmiddels bijna €500 miljard heeft geïnvesteerd in zon- en windenergie, zit op gemiddeld 56 cent per kWh voor consumenten, terwijl nucleair Frankrijk net de 20 cent aantikt. Dit is dus inclusief belastingen en dergelijke. De reden hiervoor is dat hoewel individuele zonne- en windparken goedkoop zijn aan te leggen, de infrastructuur eromheen en de achtervang óók uiteindelijk door consumenten moet worden opgehoest.

Uitzoomend naar maatschappelijke schaal is een wellicht interessant paper dit onderzoek waarin wordt gewezen dat de maatschappelijke baten van kernenergie tot acht keer hoger zijn dan de kosten. Ik noemde in deze context al eerder dat twee derde van de kosten bij Hinkley Point C te maken heeft met financieringskosten. Wat ik er niet bij zei is dat de baten voor deze financieringskosten voor een groot deel bij Britse pensioenfondsen terecht komt. Daarmee blijft het geld uiteindelijk gewoon in het VK. Een vergelijkbare constructie kunnen we ook in Nederland makkelijk gebruiken gezien het feit dat Nederlandse pensioenfondsen een van de best gevulde kassen ter wereld hebben en een investering in kernenergie voor decennia een gegarandeerd goed rendement geeft.

KERNENERGIE IS SNEL

We moeten alle zeilen bijzetten om ons doel naar nul uitstoot tegen 2050 te halen. Gelukkig leent kernenergie zich hier goed voor. Dit bewijst onlangs nog de bouw van onder meer Barakah in de Verenigde Arabische Emiraten, waar vier kernreactoren van Koreaanse makelij worden gebouwd. Drie hiervan zijn inmiddels operationeel en de vierde volgt binnenkort. Deze centrale produceert dan zo’n 45 TWh aan schone stroom, het dubbele wat Nederlandse huishoudens verbruiken. En hoewel de VAE volledig nieuw is met kernenergie, hebben ze met de hulp van Koreaanse ervaring deze reactors in slechts 9 jaar weten te bouwen!

Deense windenergie doet het helemaal niet zo indrukwekkend in vergelijking met Zweedse kernenergie, bron @jenshigh twitter met data van ENS en IAEA PRIS

Noot: de gele lijn stijgt nog tot ongeveer 45 TWh, bron u/233c reddit

KERNENERGIE IS VEILIG

Ik zou met een verwijzing naar de bekende statistiek van Our world in data klaar kunnen zijn, maar ik heb wel iets te mierenneuken. In de bronnen leggen ze uit waarom ze de cijfers gebruiken die ze gebruiken. Daar staat, onder het kopje over Fukushima het volgende:

“The year after the 2011 disaster, the Japanese government estimated that 573 people had died indirectly as a result of the physical and mental stress of evacuation. Since then, more rigorous assessments of increased mortality have been done, and this figure was revised to 2,313 deaths in September 2020.”

Nu bleek deze evacuatie helemaal niet nodig te zijn geweest:

“Careful scrutiny of the [mandatory evacuation] revealed that this public health intervention involved an objective completely unrelated to public health, and that disguising these policies using the reasonable and acceptable purpose of public health made it easier to justify undue restriction of individual liberty.”

Kortom, de angst voor kernenergie wordt hier op het conto geschreven van het incident bij Fukushima, en dat is niet helemaal fair. Ik zou het daarom bijstellen naar nul (misschien 1[1]), waarmee het aantal doden per TWh zit daarmee op 0,005, ver onder zonne-energie nog.

De grafiek zoals bij Our world in data, waar ze kernenergie te hoog inschatten.

KERNENERGIE ZORGT VOOR GEOPOLITIEKE ONAFHANKELIJKHEID

Gesproken over veiligheid hebben we afgelopen winter aan den lijve mogen ondervinden dat energieleveringszekerheid een groot goed is. Onzekerheid in de levering betekent hoge energieprijzen, wat vervolgens weer werd vertaald in een enorme inflatie en daarmee ‘energiearmoede’. Dit probleem is helaas niet ondervangen met zon- en windenergie aangezien China, met weer haar eigen geopolitieke agenda, hierin een monopolistische positie heeft.

Aangezien de energiedichtheid zo hoog ligt bij kernenergie, kunnen we een centrale bouwen en alle brandstof die deze centrale ooit gaat gebruiken gewoon alvast inkopen en opslaan in een klein warenhuis. Niemand die ons in vele decennia kan chanteren.

KERNENERGIE GEEFT RUIMTE AAN DE NATUUR

Ook in landgebruik is kernenergie absoluut kampioen. Dit geeft ruimte voor wilde natuur om zich te ontplooien. Met name roofvogels worden slachtoffer van windturbines en ook het geluid bij het bouwen en gebruiken van een windpark op zee is niet zonder gevaar voor zeeleven. We zullen, vanwege onze haast om naar nul uitstoot te gaan, daar waarschijnlijk een stuk natuur voor moeten offeren voor een generatie of langer, maar het is ontegenzeggelijk het geval dat de kleine betonnen koepel van een kerncentrale in het niet valt hiertegen.

KERNENERGIE GEDIJT GOED BIJ MINDER MARKT

Linkse partijen zijn over het algemeen geen groot voorstander van een vrije markt, sommige, zoals de SP, roepen zelfs op om de energiemarkt weer publiek eigendom te maken.

Nog niet zo lang geleden werden kerncentrales gesloten omdat ze niet konden concurreren tegen goedkoop aardgas in de VS. Dit wijst overigens op een centraal probleem met fossiele brandstoffen: ze zijn te goedkoop ten opzichte van andere energiebronnen. Op links vinden we hierin niet echt onze draai, getuige de “stop fossiele subsidies!” slogan van onder meer XR, welke best problematisch is, zoals Henri Bontenbal in twee stukjes behoorlijk uit de doeken deed.

De waarheid is dat energie naar alle waarschijnlijkheid duurder zal worden, zeker voor de komende decennia. Die kosten worden, zoals gesteld, vooral veroorzaakt door de randvoorwaarden van zon- en windenergie, welke bovendien elke 20 jaar of zo zullen moeten worden vervangen. Een route vooruit zou dan een eis zijn tot compensatie, via hogere lonen.

Hoe dan ook, juist als je weer terug wilt naar een NUTS-bedrijf, past kernenergie uitstekend in dat plaatje, zo bewijst de Franse EDF onder meer al vele decennia. De vraag is voorspelbaar en je kunt veel beter sturen op behoeften die niet per sé in geldprijzen zijn uit te drukken, zoals schone lucht. Kortom, menselijke behoeften kun je veel beter centraal stellen, daar waar op een markt de behoefte van geld centraal staat.

Het laat zich bovendien goed lenen voor coöperatieve vormen van eigendom. De Atoomcoöperatie pioniert hierin, maar natuurlijk kunnen kerncentrales (grote en kleine) prima voor een gemeenschap zorgen, in eigendom van die gemeenschap, onder arbeidersbeheer.

KERNENERGIE ZORGT VOOR STABIELE EN GOED GEORGANISEERDE BANEN IN EEN BETERE (LOKALE) ECONOMIE

Honderden, misschien zelfs een paar duizend kerncentrales biedt stabiel en goed betaald werk, dat bovendien bovengemiddeld goed is georganiseerd in vakbonden, aan honderdduizenden mensen. Bovendien creëert dit ook weer banen voor toeleveringsbedrijven en secundaire werkgelegenheid, zoals in de catering. Dit zeg ik niet alleen, maar bijvoorbeeld ook organisaties als IAEA en World Nuclear Association:

“Nuclear offers jobs with higher wages than any other energy technology, roughly 25-30% higher. But importantly, while nuclear provides jobs locally around the plant and in regional economies during construction similar to wind, during operation only nuclear provides significant and sustainable jobs to the local and regional economies”.

KERNENERGIE PRODUCEERT ZEER WEINIG EN GOED BEHEERSBAAR AFVAL

De hoeveelheid afval is zeer gering en goed te beheren. Het is immers geen “groene smurrie” zoals we bij de Simpsons zien en het wordt ook niet in verroeste vaten gestopt die Greenpeace bij elke demonstratie meeneemt. COVRA, de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval, bewaart het spul zorgvuldig. Het metalen en keramische materiaal lost niet op in water en komt ook niet in de lucht terecht. Het materiaal is eigenlijk best saai.

Bovendien kunnen we dit ‘afval’ dus hergebruiken en er tot 100x meer energie uithalen middels kweekreactoren! Wie wil dat nou niet? Dan hoeven we ook voor eeuwen niks meer uit de grond te halen met mijnbouw. Het uiteindelijke afval blijft dan enkele eeuwen radioactief en we kunnen ervoor kiezen om het ondergronds te stoppen, of in COVRA te bewaren. We zijn als soort prima in staat om dat op deze termijn te doen, getuige de diverse eeuwenoude oude gebouwen om ons heen.

Hoe het kernafval bij COVRA wordt opgeslagen, bron nedbase.nl

KERNENERGIE STELT ONS IN STAAT OM BOMMEN OP TE ETEN

Er zijn nog steeds veel te veel kernbommen in de wereld. Gelukkig kunnen we met kernenergie, via diezelfde kweekreactoren bijvoorbeeld, die bommen ‘opeten’, althans het plutonium in de kernkoppen ervan. Hiervan hebben we met het Megatons to Megawatts programma al een voorbeeld gehad. Laten we dit doen met alle bommen die nog in Europa liggen. Kernwapens de wereld uit!

KERNENERGIE BIEDT MEER DAN ELEKTRICITEIT

In de energietransitie zullen we uiteindelijk naast elektriciteit ook een heleboel warmte nodig hebben. Hoogwaardige warmte voor bijvoorbeeld cement-, kunstmest- en staalproductie, maar ook laagwaardige warmte voor bijvoorbeeld warmtenetten voor huishoudens en kassen. Maar denk ook aan waterstofproductie, die veel efficiënter kan worden geproduceerd via kernenergie bij hoge temperaturen. Tot slot wil ik nog het voorbeeld meegeven van ontzilting, wat een mogelijke oplossing zou kunnen zijn voor de droogte die steeds meer landen treft door klimaatverandering. We kunnen drooggevallen rivieren weer vullen en miljoenen mensen helpen.

VOOR EEN STRALENDE TOEKOMST

Kernenergie biedt elektriciteit en hoogwaardige warmte – wat cruciaal is voor diverse processen in de industrie – tegen nul CO2-uitstoot, een minimaal landoppervlak, en minimale grondstoffenverbruik. Het kan de gehele energiebehoefte voor de mensheid met gemak voorzien voor vele miljoenen jaren. Slechts enkele duizenden kweekreactoren kunnen heel Europa van deze energie voorzien. Een echt gedurfde linkse politieke visie zou een oproep zijn voor een Europees Messmer Plan dat dit doel nastreeft. En ja, dat kost tijd, dus laten we óók inzetten op zon- en windenergie als overbruggingstechnologie om de nul emissiestrijd te winnen. Ja, dit zal voor de hoofdprijs zijn, maar die kosten zullen we maar moeten dragen willen we een leefbare planeet houden tegen 2050 en daarna. Maar voor 2100 kunnen we volledig op kernenergie draaien, de natuurlijke habitats herstellen die we tijdelijk opofferen voor zonneweides en windparken, en de mensheid brengen naar een hoger niveau van welvaart voor iedereen op basis van een overvloed aan schone energie.

Opinie in Trouw: Recycling van kernafval levert CO2-vrije stroom

In een recent artikel in Trouw werd ons rapport over de potentie van recycling van kernafval aangehaald. Vandaag verscheen onze reactie als ingezonden brief. Hieronder de volledige versie.

Het klopt dat ons voorstel om kernafval te recyclen ‘niet op serieuze bijval’ kan rekenen bij overheden en de nucleaire industrie (‘Kernafval? Dat zien we dan in 2100 wel weer’, 4 augustus). Immers, het ontbreekt aan een economische noodzaak om kernafval opnieuw te gebruiken. Een kerncentrale heeft namelijk maar weinig uranium nodig: een spotgoedkope, ruim voorradige grondstof. Toch zijn er goede redenen om het beter te doen.

Wanneer we kernafval recyclen, hoeven we minder uranium te winnen. Ook kunnen de huidige plannen voor eindberging in diepe geologische lagen – op zichzelf veilig en kosteneffectief – sterk worden verminderd en vereenvoudigd. Dat geld kunnen we beter besteden.

Met WePlanet bepleiten we daarom de bouw van snelle kweekreactoren, die de energie in het kernafval kunnen omzetten in CO2-vrije stroom. De moderne ontwerpen kennen een gesloten cyclus, waarin alle splijtbare en kweekbare materialen worden hergebruikt. In deze reactoren kan geen meltdown optreden en er kan geen straling uit ontsnappen.

Diverse landen bouwden al dit soort reactoren: de Verenigde Staten, Frankrijk, Japan, Rusland. Sterker, de allereerste kerncentrale die werd gebouwd, in de vroege jaren vijftig, was een snelle kweekreactor. De meeste van deze programma’s werden voortijdig stopgezet, vooral vanwege politieke en economische redenen. Momenteel is alleen nog het Russische programma actief, dat zal worden uitgebreid.

Snelle kweekreactoren werken goed samen met de wisselvallige stroomproductie uit zonnepanelen en windmolens. Ze springen bij als de zon niet schijnt en de wind niet waait. Zo maken ze de gebruikelijke back-up van fossiele gascentrales overbodig. Samen met zon en wind zorgt het atoom voor een elektriciteitsnet zonder uitstoot van broeikasgassen.

Dat is hard nodig. De gevolgen van klimaatverandering worden steeds meer voelbaar. Toch blijft onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen onvoorstelbaar groot. Daarom willen we dat Europa vaart zet achter de bouw van reactoren die kernafval omzetten in CO2-vrije stroom. De potentie is enorm. Volgens onze berekeningen bevatten de huidige Europese voorraden kernafval voldoende energie om heel Europa minstens zeshonderd jaar lang te voorzien van CO2-vrije elektriciteit.

Het geld dat is gereserveerd voor geologische eindberging moet worden aangewend om snelle reactoren te bouwen. Zo geven we vorm aan de Europese ambitie voor een circulaire economie. In het artikel noemt Wim Turkenburg dit een ‘raar idee’. Toch geldt recycling binnen de milieubeweging al tientallen jaren als een ‘uitstekend idee’. Laten we het nu toepassen op kernafval.

Olguita Oudendijk is directeur van de Nederlandse afdeling van WePlanet. Marco Visscher is auteur van Waarom we niet bang hoeven te zijn voor kernenergie