Crisis? What Crisis?

Crisis? What Crisis?

Al drie weken gaat het over de ‘stikstofcrisis’. Vorige week ging het over de vervuilde grondwaterbronnen van Nederlands drinkwater. En afgelopen week stond in het teken van actie tegen de ‘klimaatcrisis’.

Door: Ralf Bodelier
Op: www.fd.nl

Vrijwel nergens lees je dat in Nederland de uitstoot van stikstof sinds 1990 is gehalveerd, dat ons drinkwater schoner is dan ooit of dat het aantal klimaatslachtoffers wereldwijd nog nooit zo laag was. Het alarmisme viert hoogtij en gitzwarte scenario’s moeten ons motiveren om in actie te komen. Ter relativering is het goed om soms terug te kijken naar rampscenario’s uit het recente verleden.

Vorig jaar was zo’n scenario de ‘watercrisis’ in Kaapstad, Zuid-Afrika. Al drie jaar had het niet geregend, de klimaatverandering werd aangewezen als oorzaak. Een catastrofe leek onafwendbaar. Zonder hevige regenval zou het op 21 april 2018 ‘day zero’ zijn voor een metropool van bijna vier miljoen mensen. Rauw geweld werd niet uitgesloten.

Klik hier om verder te lezen.

Klimaatstaker, hou ook eens rekening met de energiebehoefte in de Derde Wereld

Vrijdag wordt wereldwijd gestaakt voor het klimaat, ook in Den Haag. In een essay in De Volkskrant overpeinst filosoof Ralf Bodelier hoe de klimaatverandering aangepakt kan worden, zonder de energiebehoeften van de allerarmsten ter wereld te vergeten.

Klimaatstaker, hou ook eens rekening met de energiebehoefte in de Derde Wereld

Beste klimaatstaker,

Met miljoenen anderen wereldwijd, demonstreert u vrijdag tegen een verdere opwarming van het klimaat. En dat is fantastisch. Bijna veertig jaar geleden demonstreerde ik met miljoenen anderen, ook wereldwijd, tegen kernwapens. Hoewel het aantal kernwapens aanvankelijk nog opliep tot boven de zestigduizend, daalde dat aantal vervolgens tot rond de tienduizend. Dat zijn er nog tienduizend teveel, maar die afname laat wel zien dat inzet loont.

Door: Ralf Bodelier

Omdat actievoeren helpt, liep ik afgelopen maart ook mee in de klimaatmars van Amsterdam, en vrijdag zal ik dat opnieuw doen. Want ook deze keer gaat het lukken. Uiteindelijk zal de uitstoot van broeikasgassen afnemen. Uiteindelijk krijgen we de klimaatverandering, of in elk geval de gevolgen ervan, onder controle. Door nu met zovelen overeind te komen, voelen we dat we er niet alleen voorstaan. En door zelf actie te ondernemen, inspireren we talloze anderen. Wie weet, haken zij een volgende keer ook aan.

Nu schrijf ik deze brief niet alleen om ons een hart onder de riem te steken. Ik zou graag uw aandacht willen voor een thema dat tijdens deze klimaatacties te weinig aan de orde komt. En dat is de behoefte aan moderne energie van honderden miljoenen extreem arme mensen wereldwijd. Van mensen die niet alleen het meest kwetsbaar zijn voor de grillen van het klimaat, voor droogtes, stormen, overstromingen en hittegolven, maar die ook de minste mogelijkheden hebben zich daartegen te beschermen.

Net als wij, hebben ook zij dijken, stormkeringen en early warning systems nodig. Ook de armsten verlangen naar irrigatie en drainage, vocht- en droogtebestendige gewassen, stevige huizen en goede ziekenhuizen. En dat alles nu, krijgen zij alleen wanneer zij de beschikking krijgen over heel veel meer energie. In arme landen moet de productie van energie gigantisch worden opgevoerd.

Klik hier om verder te lezen.

Honger neemt toe, het slechtste nieuws in tijden

De strijd tegen honger en de strijd tegen klimaatverandering gaan niet goed samen. Dat moet beter, betoogt Ralf Bodelier in De Volkskrant.

Honger neemt weer toe. En dat is het slechtste nieuws in tijden

Mensen die ondervoed zijn, kunnen minder hard werken, denken en studeren. Hun lichaam en geest raken niet vol-groeid. Tien miljoen mensen sterven jaarlijks omdat ze te arm zijn om te leven. In 2017 hadden bijna 821 miljoen mensen honger. Dat waren er 37 miljoen meer dan in 2015, blijkt uit een recent rapport van een aantal VN-organisaties.

Door: Ralf Bodelier

Enkele jaren lang dachten we nog dat honger rond 2030 de wereld uit zou zijn. In 1990 was 19 procent van de wereldbevolking ondervoed, en in 2015 was dat percentage gedaald tot 10,6 procent. Helaas zitten we nu weer op 10,9 procent. En er is niemand die weet of het een tijdelijke hobbel is of dat de tendens structureel de verkeerde kant uit buigt. Juist in Afrika ging het beter: sinds 1990 halveerde hier het percentage hongerigen. Nu rukt juist in Afrika de honger weer op. In Azië en Latijns-Amerika zette de daling verder door.

Het VN-rapport komt ook met verklaringen. Een van de belangrijkste is de toename van extreem weer. Boeren worden vaker getroffen door overstromingen en droogten, waardoor ze minder voedsel produceren dan nodig is om de bevolking te voeden. In veel Afrikaanse landen ontbreekt het aan de technologie die de landbouw in rijke landen zo weerbaar maakte. Aan irrigatie, drainage, kunstmest, aan gewasbeschermingsmiddelen, aan vervoer- en opslagsystemen en aan zowel droogte- als waterbestendige plantenrassen.

Wil Afrika de honger weer terugdringen, dan zal ook Afrika zich los moeten maken van de nukken van het klimaat. Het VN-rapport constateert dat stevig moet worden ingezet op ‘klimaatadaptatie’ om landbouw ‘klimaatbestendig’ te maken. En wij, rijke westerse landen, zouden er alles aan moeten doen om deze klimaatbestendigheid in Afrika te bevorderen.

Klik hier om verder te lezen.

Aanpassen loont

De ‘Global Commission on Adaptation’, is een ­wereldwijde club van landen die zich inzet voor aanpassing aan de klimaatverandering. Nederland was initiatiefnemer van deze organisatie. En afgelopen dinsdag kwam zij met een stevig pleidooi om wereldwijd maar liefst $1800 mrd te investeren. Dat geld moet naar betere early warning systems voor extreem weer, naar het verstevigen van bestaande infrastructuur, het opvoeren van de landbouwproductie in droge gebieden, het beschermen van mangrovebossen en het beter beheren van zoetwatervoorraden.

Door: Ralf Bodelier
Op: www.fd.nl

In deze commissie pleit niemand tégen ‘mitigatie’; het beteugelen van de klimaatverandering. Maar ze benadrukt dat juist adaptatie ons veel op kan leveren. Zo brengt een investering van $1800 mrd tussen 2020 en 2030 maar liefst $7100 mrd op. Heel veel heb je doorgaans niet aan dit soort toekomstvoorspellingen, want de werkelijkheid is grilliger dan Excel-sheets.

En toch is het een uitstekend plan. Want anders dan van ­mitigatie weten we dat adaptatie werkt. Mitigatie was bijvoorbeeld de inzet van de Duitse ‘Energiewende’ en die draait nu uit op een fiasco. De afgelopen vijf jaar pompten de Duitsers maar liefst €160 mrd in energie uit zon en wind. Maar de uitstoot aan CO2 is amper gedaald en de Duitse energieprijzen behoren inmiddels tot de hoogste van Europa.

Klik hier om verder te lezen.

Wereld in brand?

Het lijkt onomstreden: natuurbranden nemen toe als gevolg van een veranderend klimaat. Nu brandt de Amazone. Eerder deze zomer brandde het stevig op Gran Canaria, in Siberië en Portugal. Het wordt immers warmer en droger. En in een kurkdroge natuur, verandert een blikseminslag, een omvallende barbecue of een weggegooide sigaret al snel in een moordend vuur.

Door: Ralf Bodelier
Op: www.fd.nl

Data vertellen weer eens een genuanceerder verhaal. Niet alleen daalde sinds 1990 het percentage dodelijke slachtoffers van brand met de helft. Ook neemt het aantal vierkante kilometer dat wereldwijd in vlammen opgaat flink af. Tussen 2003 en 2019 was die daling maar liefst 25 procent. En dat is ronduit spectaculair.

Deze data komen van de NASA. Niet alleen registreren NASA-satellieten alsmaar minder branden, ze ontdekken ook dat het leeuwendeel van alle branden door mensen worden aangestoken. In nauwkeurig voorspelbare golven rollen ze jaarlijks over de wereld. In april en mei rolt een golf van vuur over het noordelijk halfrond wanneer boeren in Rusland en Azië hun landerijen affakkelen om ze even later weer in te kunnen zaaien.

Klik hier om verder te lezen.

Afrikaans dorp gebruikt gentechmuggen tegen malaria

In de strijd tegen malaria grijpt het West-Afrikaanse Burkina Faso naar radicale middelen: het land wil genetische modificatie inzetten om de malariamug te laten uitsterven.

Door: Hidde Boersma
Op: www.volkskrant.nl

Het is half 7 ’s ochtends als de 5-jarige Osman Balama binnenkomt met zijn moeder in het staatsziekenhuis van Bobo-Dioulasso, de tweede stad van het Burkina Faso, in West-Afrika. Hij voelt zich al een paar dagen niet lekker, eet weinig en slaapt veel, en zijn moeder vermoedt dat hij malaria heeft opgelopen. De wachtkamer zit vol met moeders en oma’s met jonge kinderen op schoot, allemaal met dezelfde vermoeide blik als Osman. ‘Het regenseizoen is begonnen’, zegt chef de clinique Sami Palm. ‘Dat betekent meer muggen, ik weet zeker dat vrijwel iedereen hier malaria heeft.’

Osmans gezicht vertrekt als de dokter een prikje in zijn wijsvinger zet, de vrijgekomen druppel bloed opvangt en aanbrengt op een witte detectiestrip. Een paar seconden later bevestigen twee rode lijntjes op de strip het vermoeden van Palm: malaria. Met een setje pillen stuurt hij Osman naar huis. ‘Hij hoeft niet in het ziekenhuis te blijven, omdat hij niet overgeeft en niet erg ziek is. Over een paar dagen voelt hij zich weer beter’, zegt Palm. Moeder en zoon vertrekken zonder af te rekenen: de Burkinese overheid betaalt de behandeling van kinderen van 5 jaar en jonger.

Niet iedereen heeft zoveel geluk als Osman. Jaarlijks sterven wereldwijd nog steeds ruim 400 duizend mensen, vooral jonge kinderen, aan malaria, dat veroorzaakt wordt door de plasmodiumparasiet die zich in muggen schuilhoudt en zich bij een steek in de bloedbaan katapulteert. Lang leek de wereld op weg de strijd tegen malaria te winnen: in 2000 stierven nog 840 duizend mensen aan de ziekte. Maar na een dal in 2015 neemt het aantal patiënten de laatste vier jaar langzaam weer toe. Vooral in sub-Sahara Afrika stagneert de vooruitgang. ‘We krijgen steeds meer problemen met resistentie, zowel van de parasiet die de medicijnen weet te pareren, als van de mug die ongevoeliger wordt voor de insectenverdelgers waarmee klamboes worden geïmpregneerd’, zegt Palm. ‘Bovendien bereiken we veel afgelegen gebieden niet.’

Klik hier om verder te lezen.

De nieuwe Mansholt heet…Elizabeth Warren

Vorige maand ontvouwde Elizabeth Warren, een van de kandidaten voor het Amerikaanse presidentschap haar ideeën over ‘A New Farm Economy’ in het online tijdschrift Medium. Waar Europese sociaaldemocraten zich vooral richten op stadse fratsen, zoals biologisch, lokaal en natuurinclusief, legt deze Amerikaanse sociaaldemocraat de vinger op de gevoelige plek. Volgens haar zijn de problemen in de landbouw alleen op te lossen met ‘supply management’: sturen op productie. Is er een nieuwe Mansholt opgestaan aan de andere kant van de oceaan?

Door: Joost van Kasteren 
Op: www.vork.org

Grote ondernemingen nemen de boer van twee kanten in de tang, schrijft Warren. Aan de ene kant moeten ze zich in de schulden steken voor de overname van het bedrijf en de aanschaf van uitgangsmateriaal, meststoffen en machines. Aan de andere kant hebben ze geen enkele invloed op de prijs die ze voor hun producten krijgen. Die wordt bepaald door de afnemers – de voedingsmultinationals en de supermarkten en ligt vaak onder de kostprijs.

Het gevolg is dat de boer nog meer gaat produceren om uit de kosten te komen, waardoor de prijzen nog verder omlaag gaan. De afnemers wrijven zich in de handen, omdat ze steeds minder hoeven te betalen voor hun grondstoffen. En de belastingbetaler draait op voor de subsidies die ervoor moeten zorgen dat de boer niet failliet gaat. De druk om zoveel mogelijk tegen zo laag mogelijke kosten te produceren, leidt bovendien tot vervuiling van het milieu door meststoffen en bestrijdingsmiddelen en aantasting van het landschap. Regelgeving dwingt boeren tot investeren in voorzieningen om die vervuiling in te perken, waardoor zijn kosten nog hoger worden. In de prijs van zijn producten ziet hij die extra kosten niet of nauwelijks terug, omdat de consument niet wil betalen wat de burger eist.

Klik hier om verder te lezen.

Geen paniek: we kunnen de wereld voeden

Het is de immer uitdijende mensheid zelf die ons uiteindelijk de das om zal doen, hoe kunnen we al die monden voeden? Als je de doemscenario’s in de media gelooft, gaat het helemaal de verkeerde kant op. Tijd voor Jort Kelder om ecomodernist dr. Hidde Boersma uit te nodigen bij het NPO radio 1 programma ‘dr Kelder en Co’ om dit probleem eens met een positieve blik te beschouwen. En dat biedt perspectief: met kennis en wetenschap kunnen we en de wereld voeden en voldoende ruimte bieden voor de natuur.

Luister / kijk de uitzending hier terug.

Voorbij de kilo’s: Voedingswaarde per hectare

Voorbij de kilo’s: Voedingswaarde per hectare

De landbouw produceert in principe genoeg om iedere wereldburger zijn buikje vol te laten eten. Maar is het allemaal wel even gezond? Recent onderzoek laat zien dat we te veel suiker, granen en vetten produceren en te weinig groenten, fruit en eiwitten. Om op een duurzame manier in de groeiende behoefte aan voedsel te voorzien, zouden we meer moeten sturen op voedingswaarde dan op kilo’s. Kan dat? Joost van Kasteren ging van achter zijn bureau op onderzoek uit.

Door: Joost van Kasteren 
Op: www.vork.org

„Het is eigenlijk wel een beetje raar”, zegt Henri de Ruiter. „Van elk verpakt levensmiddel weet je tot op de microgram nauwkeurig wat er in zit aan koolhydraten, eiwitten vetten, mineralen, vitaminen en additieven, maar de voedingswaarde van landbouwgewassen kennen we niet of nauwelijks.” Tijdens zijn promotie-onderzoek aan de universiteit van Aberdeen heeft De Ruiter samen met anderen geprobeerd om die gegevens beter op elkaar af te stemmen. Niet op wereldschaal, maar op nationale schaal; in dit geval de schaal van Groot-Brittannië. Daarbij ging het met name om de voedingswaarde per hectare.

De Ruiter keek naar 23 nutriënten, variërend van macronutriënten zoals koolhydraten, eiwitten en vetten tot micronutriënten waaronder diverse B-vitamines en mineralen zoals koper, ijzer, zink en magnesium. Door gegevens uit landbouwstatistieken te combineren met gegevens over de samenstelling van voedingsmiddelen kon hij vaststellen welke (groepen van) gewassen en dierlijke producten de Britse bevolking de meeste voedingswaarde per hectare opleveren.

Klik hier om verder te lezen.

VN-organisaties ‘bekeren’ zich tot agro-ecologie

VN-organisaties ‘bekeren’ zich tot agro-ecologie

Agro-ecologie – boeren met de natuur – wordt al een tijd bejubeld als de weg voorwaarts naar een duurzame landbouw die voedselzekerheid biedt voor alle mensen en tegelijkertijd andere soorten, de biodiversiteit, ontziet. Naarmate het concept meer weerklank krijgt, neemt de kritiek erop toe. Het zou kleine boeren veroordelen tot een leven in armoede en (voedsel)onzekerheid en de economische ontwikkeling van met name Afrikaanse landen blokkeren.

Door: Joost van Kasteren 
Op: www.vork.org

Van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, was al langer bekend dat zij agro-ecologie zien als de beste manier om aan de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Agenda 2030 te voldoen. Uit een recent gepubliceerd rapport blijkt dat ook het High Level Panel of Experts (HLPE) van het Committee on World Food Security van de VN zich heeft ‘bekeerd’ tot de agro-ecologie. Volgens critici ruilen ze daarmee de wetenschappelijke aanpak van het vraagstuk van de voedselzekerheid in voor een ideologisch gedreven eco-activisme, dat boeren belemmert om gebruik te maken van moderne landbouwtechnologie.

Klik hier om verder te lezen.