KIPPEN ZONDER KOP

KIPPEN ZONDER KOP

De Zembla-uitzending van 22 oktober 2020 over de mogelijke gezondheidseffecten van biologisch geteeld kippenvoer riep bij mij in ieder geval meer vragen op dan dat er antwoorden kwamen. De conclusies van een dertien jaar geleden gepubliceerd onderzoek zouden ‘onder druk van TNO’ zijn afgezwakt. Indertijd had ik die indruk zeker niet. Nu ik alles nog eens na heb gelezen, denk ik nog steeds dat het onverklaarbare verschil in immuunrespons dat de onderzoekers vonden, niet bewijst, dat biologisch kippenvoer gezonder is dan regulier kippenvoer.

Auteur: Joost van Kasteren

Terug in de tijd. In maart 2005 bezocht ik de jaarlijkse toogdag van de biologische sector, het EKO-congres, op het landgoed Rhederoord. Ik heb daar toen een artikel over geschreven voor het tijdschrift Spil, de roemruchte voorganger van Vork. Voor de liefhebbers heb ik de kale tekst op mijn website gezet. De kippen op de foto hebben overigens niets te maken met het onderzoek, maar zijn van Johan Leenders. Maar dat terzijde.

Kort samengevat kwamen mijn bevindingen erop neer dat de biologische sector toentertijd naarstig op zoek was naar een manier om zich te onderscheiden van de gangbare sector. Een jaar eerder had Peter Blom, directievoorzitter van de Triodosbank, vastgesteld dat de biologisch een veel te vaag begrip was voor de gemiddelde consument. Als de sector zich niet beter van gangbaar zou weten te onderscheiden, bijvoorbeeld met de claim dat biologische producten gezonder zijn en daarom een hogere prijs rechtvaardigen, zou het marktaandeel altijd marginaal blijven.

Klik hier om verder te lezen.

Landelijk gebied opnieuw inkleuren

Landelijk gebied opnieuw inkleuren

We gaan niet erg efficiënt om met ons landelijk gebied, menen Pieter Winsemius en Rudy Rabbinge. De problemen die daarmee gepaard gaan, zoals milieuvervuiling en verschraling van de natuur en van de landschappelijke kwaliteit, lossen we niet op met pleisters plakken in de vorm van nog meer regels en richtlijnen. Volgens de auteurs moeten we de komende dertig jaar de kaart van Nederland opnieuw inkleuren.

Auteur: Pieter Winsemius en Rudy Rabbinge

Een gedachtenexperiment: Neem de kaart van Nederland en kleur al het landelijk gebied grijs. Met de dobbelsteen bepalen we vervolgens waar we welke maatschappelijke functies gaan vervullen, uiteenlopend van akkerbouw en veehouderij tot natuur en recreatie. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een dergelijke benadering tot een optimale invulling leidt van het landelijk gebied. Diezelfde grijze kaart kunnen we inkleuren met de huidige, historisch bepaalde functies, bijvoorbeeld roze voor landbouw en groenig voor natuur. Hoewel het landelijk gebied veelvuldig op de schop is gegaan door ruilverkaveling, landinrichting, inpoldering en schaalvergroting, is het ook in dit geval onwaarschijnlijk dat de inrichting optimaal is. Nog los van het feit dat zowel het ‘roze’ als het ‘groenige’ gebied wordt besmet met maatschappelijke nevenactiviteiten en spelregels die een optimale landbouw of een optimale ecologische kwaliteit in de weg zitten.

Klik hier om verder te lezen.

Geen wierook en mirre, maar kunstmest

Geen wierook en mirre, maar kunstmest

Kerst is het feest van de vrede, maar als we die de komende jaren willen bewaren en versterken in Afrika hebben we weinig aan wierook en mirre en veel meer aan kunstmest. Kunstmest en vrede was het thema van de presentatie van Henk Breman ter gelegenheid van het verschijnen van het boek ‘From fed by the world to food security’, dat hij samen met Tom Schut en wijlen No’am Seligman schreef. Hierbij de door de redactie ingekorte en bewerkte versie van zijn lezing met commentaar van Niek Koning en Michael Hailu in de zijlijn. Breman: “We moeten ons meer zorgen maken over arme bodems dan over het klimaat.”

Auteur: Henk Breman

In de jaren tachtig al toonde de Wageningse hoogleraar Kees de Wit aan, dat dankzij de groene revolutie, de adoptie van externe inputs zoals verbeterd zaaizaad, gewasbescherming en vooral kunstmest, graanopbrengsten stijgen met 75 kilo graan per hectare per jaar. Dat gebeurde in Azië vanaf medio jaren zestig. In de meeste landen van Afrika sloeg de groene revolutie niet aan en bleef de stijging van opbrengsten steken op 7,5 kilogram per hectare per jaar.

De achterblijvende productiviteit heeft vooral te maken met het gebrek aan kunstmest. In Afrika ligt het gebruik ervan gemiddeld op minder dan 20 kilo per hectare per jaar, terwijl het wereldgemiddelde (dus inclusief Afrika) op 140 kilo per hectare ligt. Vergroting van de productie gebeurt in Afrika vooral door uitbreiding van het areaal en niet door intensivering, zoals in Azië.

Klik hier om verder te lezen.

Verbod op octrooieren van leven gaat lang niet ver genoeg

Verbod op octrooieren van leven gaat lang niet ver genoeg

Het Europese verbod op het octrooieren van planten en werkwijzen van biologische aard is al achterhaald voordat het daadwerkelijk is ingevoerd. Het geldt alleen voor planten die langs de klassieke weg van selecteren en kruisen zijn ontwikkeld, terwijl over tien jaar waarschijnlijk een groot deel van de landbouwgewassen is veredeld via CRISPR en vergelijkbare technieken. Volgens Joost van Kasteren is het dan ook de hoogste tijd om het octrooi op elke vorm van leven ter discussie te stellen.

Auteur: Joost van Kasteren

De eerste octrooien werden al rond 600 v.C. verleend in de Griekse kolonie Sybaris in Italië voor bepaalde gerechten. Andere koks mochten die niet namaken zonder toestemming van de bedenker. De eerste – echte – octrooiwetgeving dateert van 1474 toen de stad Venetië een privilege toekende voor een periode van tien jaar aan alle uitvinders van nieuwe kunsten en machines. Dat gebeurde in de vorm van litterae patentes, letterlijk open brieven, waarmee de vorst rechten toekende of benoemingen bekrachtigde.

Nederland volgde ruim een eeuw later met het verlenen van octrooien voor uitvindingen die werden geregistreerd in de aktenboeken van de Staten-Generaal. Octrooien werden soms ook niet verleend. Een beroemd voorbeeld is de telescoop waarvoor Hans Lipperhey octrooi aanvroeg. Prins Maurits wees het af omdat Zacharias Janssen en Jacob Metius de telescoop claimden als hun uitvinding.

Klik hier om verder te lezen.

Op zoek naar het voedselparadijs

Op zoek naar het voedselparadijs

Het paradijs, de mythische tuin waar de mens is geschapen, is nooit ver weg. Je komt het tegen in de reclames voor het biologisch brood van de Lidl en de olijven van Bertolli. Maar ook in de grote verhalen, de narratives, over hoe we met duurzame landbouw de groeiende wereldbevolking van een voedzaam dieet gaan voorzien, zonder schade aan milieu, natuur en biodiversiteit. Ellen Mangnus gaat op zoek naar het verhaal achter het verhaal en ontdekt wat we eigenlijk al weten: het paradijs bestaat niet.

Auteur: Ellen Mangnus

Een jaar geleden ging het filmpje ‘This Tiny Country Feeds the World’ van National Geographic nog de wereld over; de afgelopen maanden domineerde het beeld dat de Nederlandse landbouw een van de grootste vervuilers van onze leefomgeving is. Sinds de Raad van State het Programma Aanpak Stikstof afkeurde staat onze voedselvoorziening, en dan vooral de duurzaamheid ervan, in het middelpunt van de aandacht.

Dat er iets moet veranderen aan de manier waarop we voedsel produceren en consumeren, daarover zijn we het wel eens. Minder voedsel produceren en dus minder milieuvervuiling lijkt echter geen oplossing, want na 2050 dreigen wereldwijde voedselcrisissen en tekorten, aldus een recent rapport van de Verenigde Naties. Wat er precies moet veranderen en hoe we dat moeten realiseren, daarover zijn de meningen sterk verdeeld.

De Rabobank bijvoorbeeld stelt in het filmpje ‘De weg naar verandering’ dat slimme innovaties en precisielandbouw ervoor gaan zorgen dat we de wereldbevolking in de toekomst op een duurzame manier van voedsel kunnen voorzien. Volgens Riëlla Hollander, directeur landbouw en voeding bij de bank Triodos Investment Management, is er juist een compleet ander voedselsysteem nodig; één waarin de producent en consument weer met elkaar worden verbonden.

Milieudefensie op haar beurt zoekt de oplossing van de problemen in de landbouw in het afschaffen van de vrijhandel en het verkleinen van de veestapel. Dat betekent niet noodzakelijk minder boeren, want een minder intensieve landbouw zal juist meer arbeidskracht vragen, stelt de organisatie. En volgens de Partij voor de Dieren stevenen we af op een ecologische ramp en heeft Nederland over 75 jaar behalve brandnetels geen natuur meer over.

Klik hier om het hele artikel te lezen.

‘Meer meer meer’ is beter voor het milieu

‘Meer meer meer’ is beter voor het milieu

Filosoof en schrijver Sebastien Valkenberg legt in NRC uit waarom we juist niet op rantsoen moeten.

Door: Sebastien Valkenberg
Op: www.nrc.nl

‘We zijn onderhand een verslaafde van onze portemonnee geworden.” Toen Femke Halsema  Geluk!  (2008) schreef, was consuminderen nog een lifestylekwestie. De burgermeester van Amsterdam, destijds nog fractievoorzitter van GroenLinks, merkte dat het  zoveelste jurkje haar niet gelukkiger maakte. Dat kon best een tandje minder.

Inmiddels heeft deze boodschap de verbeten ondertoon van de ondergang gekregen. De  Green Deal  van Frans Timmermans trok deze week veel aandacht, maar was gematigd van toon vergeleken met het alarmisme van VN-chef Antonio Guterres voorafgaand aan klimaattop in Madrid.  “Onze oorlog tegen natuur moet stoppen.”  Het is hetzelfde wereldbeeld als dat van Greta Thunberg, deze week door  Time  uitgeroepen tot  Persoon van het Jaar.  “Jullie stalen mijn toekomst”, waste ze de wereldleiders afgelopen najaar de oren, “het enige waar jullie over kunnen praten is geld en sprookjes over economische groei.”

Op rantsoen dus. De redenering klinkt aannemelijk. Voor spullen zijn grondstoffen nodig, dus voor meer spullen zijn meer grondstoffen nodig. Huizen bouwen we met stenen, papier komt van hout en zonder landbouwgrond geen voedsel. Eeuwenlang ging het op deze manier. Zet het patroon uit in een grafiek en je krijgt twee klimmende lijnen die min of meer gelijk op lopen. Of zoals de milieubeweging het stelt: economische groei en welvaart gaan ten koste van de aarde.

Klik hier om verder te lezen.

Doneer eens voor het klimaat

Doneer eens voor het klimaat

Als je het klimaat wil redden, moet je stoppen met vlees eten en minder vliegen, toch? De Vlaamse filosofen Maarten Boudry  en  Thomas Rotthier  zien een manier die meer impact heeft. Je steentje bijdragen kan ook door te investeren in organisaties die technologische oplossingen zoeken.

Door: Maarten Boudry & Thomas Rotthier
Op: www.standaard.be

‘Maar wat kunnen we nu zélf doen voor het klimaat?’ Het is een van de vaakst gestelde vragen aan wetenschappers en klimaatactivisten. Nu de klimaattop in Madrid plaatsvindt, klinkt ze opnieuw luider. De antwoorden lopen uiteen, maar onder de klassiekers bevinden zich: zonnepanelen leggen, je woning goed isoleren, energiezuinige apparaten kopen, minder vliegen en minder vlees eten.

Kiezen voor koolstofarme alternatieven is beslist nuttig en levert vaak andere voordelen op. Je huis goed isoleren is niet alleen goed voor het klimaat, maar ook voor je portemonnee. Minder vlees eten verlaagt je uitstoot, maar is ook gezonder en diervriendelijker.

Toch is er een ongemakkelijke waarheid: individuele gedragswijzigingen hebben een bescheiden impact. Zelfs als iedere Belg morgen een voorbeeldige klimaatburger wordt, is het probleem nog lang niet opgelost. Daar zijn twee redenen voor. Het einddoel van het Klimaat ­akkoord van Parijs is een wereldwijde (netto) nuluitstoot van alle broeikasgassen tegen 2050. Met gedrags ­verandering kun je je uitstoot wel temperen, maar nooit tot nul reduceren. Dat komt omdat fossiele brandstoffen overal zitten: niet alleen in diesel en kerosine, maar ook in plastic en papier, in staal en aluminium, in kunstmest en cement, in onze huizen en in de landbouw.

De tweede reden is ook simpel: wij zijn niet alleen op de wereld. Westerse landen kunnen hun energie ­consumptie gerust matigen zonder welvaart te verliezen, maar de energiebehoeften in de rest van de wereld zullen nog fors toenemen.

Nog steeds leven honderden miljoenen mensen in armoede. Hun schamele energie halen ze uit hout en mest (wat erg vervuilend is). De komende decennia zullen zij eindelijk toegang krijgen tot elektriciteit. Dat kunnen wij niet tegenhouden, en het zou ook immoreel zijn. Door de stijgende energievraag zal in 2040 driekwart van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen afkomstig zijn van groeilanden zoals China en India. China alleen al bouwt tegen 2035 meer dan tweehonderd nieuwe luchthavens, en het ziet ernaar uit dat al die vliegtuigen op koolstofrijke kerosine zullen vliegen.

Klik hier om verder te lezen.

Kernenergie helpt arme landen bij ontwikkeling

Arme en opkomende landen dragen het meest bij aan de toename van CO2-uitstoot. Om te voorzien in hun behoefte aan groei moeten we manieren vinden om energie goedkoper en schoner te maken.

Door: Marco Visscher
Op: www.marcovisscher.nl

Deze week is in Madrid de vijfentwintigste Klimaattop. Sinds de eerste bijeenkomst in 1995 is er veel veranderd. Toen dachten we dat het probleem zou verdwijnen als de rijkste landen wat minder broeikasgassen zouden uitstoten. Zo stond het in het Kyoto-protocol uit 1997. Het liep anders. De CO2-uitstoot nam toe  met liefst 50 procent.

Dat ligt niet zozeer aan de rijkste landen. De Europese Unie stoot  zo’n 10 procent minder CO2  uit  dan toen. Zelfs de Amerikanen met hun SUV’s zitten onder hun oude niveau. Japan toont een tamelijk vlakke lijn. Australië schommelt nog de verkeerde kant op. Vrijwel de gehele toename van de CO2-uitstoot kwam dus door arme en opkomende landen als China, Brazilië en India. Naar verwachting zal dat de komende decennia  zo blijven.

Wat betekent dit? Sommigen vinden dat deze landen meer moeten meebetalen aan oplossingen. Dat is onacceptabel. Historisch gezien hebben rijke landen veruit het meest bijgedragen aan het probleem. Bovenal kampen mensen in Azië en Afrika met meer urgente problemen waarvoor hun overheden zich moeten inspannen. Nog een miljard mensen zit zonder toegang tot betrouwbare elektriciteit; wij kunnen hen juist helpen te voorzien in die behoefte.

Klik hier om verder te lezen.

Marco Visscher en Hidde Boersma bij Spraakmakers

Op dinsdag 26 november waren journalisten Marco Visscher en Hidde Boersma te gast bij het NPO radioprogramma ‘Spraakmakers’. In deel 2 van het onderwerp ‘Dwarsdenkers in de klimaatdiscussie’ legden zij in enkele minuten uit wat het Ecomodernisme inhoudt.  

De NPO schrijft: “Bij het aanpakken van onze klimaatproblemen moet geen enkele oplossing geschuwd worden, zelfs als die zo afwijkend zijn als wat de ecomodernisten voorstellen. Het is een nieuw soort milieubeweging die in economische groei juist kansen ziet voor ons klimaat en ook kernenergie niet uit de weg gaat.”

Beluister het fragment terug via deze link.

Juist door ver te reizen help je de wereld

Duurzaamheid hoort geen klassekwestie te zijn

Nu vliegen bereikbaar wordt voor alle lagen van de bevolking, zet de bovenklasse zich er onder het mom van duurzaamheid tegen af. Terwijl verre reizen empathie wekken voor andere culturen en een medicijn zijn tegen etnocentrisme, betoogt Hidde Boersma.

Door: Hidde Boersma
Op: www.devolkskrant.nl

Er stond afgelopen week een opvallende reclame in de Volkskrant. Koning Aap, een reisbureau voor verre reizen, begon zijn advertentie met: ‘Natuurlijk, gewoon thuis blijven is het beste voor de planeet.’ Dat zelfs reclame-uitingen met een verontschuldiging beginnen, geeft wel aan hoezeer de schaamte om te vliegen zich in korte tijd tijd in onze hoofd heeft genesteld. In 2018 was de term vliegschaamte zelfs genomineerd voor ‘woord van het jaar’ en in Zweden, waar dat woord voor het eerst opdook, daalt het aantal vluchten al daadwerkelijk.

Vliegschaamte past in de trend waar minder duurzame activiteiten worden gekoppeld aan schuld: vleesschaamte, baarschaamte, cappuccinoschaamte en nieuw deze week: betonschaamte.

Het is ontegenzeggelijk waar dat vliegen vervuilt: het is op dit moment verantwoordelijk voor ongeveer 3 procent van de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen, maar projecties van klimaatpanel IPCC gaan uit van tussen de 5 en 15 procent bij ongewijzigd beleid.

De stijging komt voor een belangrijk deel op het conto van inwoners van ontwikkelingslanden, voor wie vliegen eindelijk betaalbaar wordt. In 2017 hing een schamele 3 procent van de wereldbevolking in de lucht, de overige 97 procent kan niet wachten om te volgen. Vooral het aantal vakantievluchten neemt toe: nog maar een kwart van de vliegbewegingen is voor zaken. En dus roepen politici, wetenschappers en activisten op minder te vliegen en vaker te kiezen voor een vakantie dicht bij huis.

Het is maar zeer de vraag of dat een goed idee is. Verre reizen maken de wereld namelijk een betere plek, met name omdat ze de empathie voor andere mensen en culturen vergroot. In Enlightment Now (2018) wijst de Canadees-Amerikaanse psycholoog Steven Pinker drie oorzaken aan voor wat hij de ‘lange vrede’ is gaan noemen, de ongeëvenaarde daling van het aantal oorlogen, moorden en geweldsincidenten in de afgelopen zeventig jaar: geletterdheid, globalisering en reizen.

Klik hier om verder te lezen.